Over mij

Mijn foto
Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit meer dan 35 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl

zaterdag 14 november 2020

Waarom ik weer?

 

Jesse (11 jaar, ADHD, groep 7), heeft het lastig op school. Het gaat regelmatig mis als de leerkracht en hij elkaar weer niet goed begrijpen. Vandaag geeft de juf uitleg over breuken. Taaie en vooral ook saaie kost vindt Jesse, maar hij doet zijn best om niet af te dwalen met zijn gedachten. Hij wil eigenlijk graag goed leren.
Jesse luistert ingespannen naar de uitleg. Daarbij zit hij te spelen met zijn pen. Hij kijkt nauwelijks naar het bord. De juf heeft daar al twee keer wat van gezegd. De eerste keer vriendelijk en de tweede keer iets dwingender. Dat heeft geen effect: Jesse wriemelt nog steeds met zijn pen en kijkt nog steeds niet naar het bord.

De derde keer is de leerkracht het goed zat. "Jesse! Doe nu die pen weg en probeer eindelijk eens op te letten!!" "Ik luister heus wel!", roept Jesse terug. Hij voelt zichzelf boos worden over deze oneerlijke behandeling. Zit hij goed zijn best te doen, krijg je dit weer. ‘Je luistert helemaal niet. Je zit maar te spelen met die stomme pen!’ Jesse springt boos op, stampt naar de deur onder het uitroepen van ‘Je moet ook altijd mij hebben!’ en knalt de deur achter zich dicht. Boos loopt hij over de gang, kwaad dat het wéér niet gelukt is om het goed te doen.


Zijn verdrietige gedachten tollen door zijn hoofd: ‘Waarom overkomt mij dit telkens? Snapt de juf dan niet dat friemelen en niet naar het bord kijken ervoor zorgen dat hij júíst goed oplet? Waar staat dat je alleen kunt opletten als je doodstil zit? Dat de juf dat nou niet snapt dat hij moet bewegen.’
Nijdig geeft hij een schop tegen een tas die onder een kapstok staat. ‘Rotjuf’, denkt hij boos. Met weemoed denkt hij terug aan vorig jaar. Juf Simone begreep hem veel beter. Daar mocht hij friemelen en wiebelen en als het echt niet meer ging mocht hij zelfs vijf keer de trap op en neer rennen. Daarna kon hij er weer even tegen. Hij moet glimlachen als hij daaraan denkt. Hij heeft wel eens opgevangen dat andere leerkrachten vonden dat juf Simone niet handig bezig was. ‘Wie weet wat die jongen allemaal op de gang gaat uitspoken als jij hem laat gaan’, had de juf van groep 6 gezegd. De juf had alleen gezegd: ‘Dat doet Jesse niet. En stel dat hij iets zou doen dat niet goed is, dan praat ik daarover met hem. Zo simpel is het.’ Niet dat het ooit nodig geweest was, Jesse zou wel gek zijn. Hij vond het heerlijk dat de juf zoiets voor hem geregeld had. Misschien kon zijn juf eens met juf Simone gaan praten…