Over mij

Mijn foto
Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit bijna 40 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl

zaterdag 2 juli 2022

Datamuren werken niet zo goed als gehoopt.

 Datamuren…Waarom gebruiken we ze?

Dit artikel is een vertaalde en bewerkte vorm van Data Walls Demoralize Students. Assessment

Expert Lorrie Shepard Explains Why. National Education Policy Centre, August 29, 2019.

‘De datamuren moeten leerlingen motiveren om te verbeteren door ze precies te laten zien waar ze staan ten opzichte van hun leeftijdsgenoten.

‘Het probleem is dat jarenlang onderzoek heeft aangetoond dat motivatie niet zo werkt.’

Professor en emeritus decaan aan de School of Education aan de universiteit van Colorado Boulder,  Lorrie Shepherd, verricht onderzoek naar het effect van datamuren. Het onderzoek van Shepherd zich op psychometrie en het gebruik en ‘misbruik’ van tests in onderwijsinstellingen.  

In het onderwijs, betekent data meestal testscores, en gestandaardiseerde testscores zeggen niets over wat leraren moeten weten om leerlingen te helpen leren. In het beste geval vertellen testscores docenten welke leerlingen meer hulp nodig hebben of welke doelstellingen opnieuw moeten worden aangeleerd voor de hele klas, maar tests onthullen niets over wat studenten denken of welke misvattingen problemen kunnen veroorzaken. 

Scores geven geen inhoudelijk inzicht, en helaas heeft de datafocus sinds de No Child Left Behind-wetgeving geleid tot enkele schadelijke praktijken, zoals het openbaar plaatsen van testresultaten op datamuren. Ook in Nederland zijn er  besturen en scholen die zo werken. Vanwege de negatieve gevolgen die verbonden waren aan de resultaten, begonnen districtsleiders de resultaten van elke school in het kantoor van de superintendent te plaatsen, gevolgd door de score van elke leraar wordt in de gangen van de school geplaatst en uiteindelijk worden de vaardigheidsscores van elk kind in hun  klaslokaal geplaatst. Dit ‘ter motivatie.’

Waarom het niet werkt

Voorstanders die (ten onrechte) beweren dat datawalls motiverend zijn voor leerlingen, zijn niet op de hoogte van de uitgebreide onderzoeksliteratuur over motivatie. Intrinsieke motivatie om te leren is geholpen wanneer studenten feedback krijgen die hen vertelt hoe ze kunnen verbeteren. Maar interesse in leren en de bereidheid om moeite te doen om te leren, worden daadwerkelijk geschaad als studenten dat doen "normatieve" feedback krijgen die hen vergelijkt met andere studenten. Datawalls zijn perfect voorbeeld van “normatieve” vergelijkingen die leerlingen vertellen waar ze staan in vergelijking met hun klasgenoten. Gênante vergelijkingen hebben zelfs een negatief effect in die gevallen waarin studenten een anoniem ID-nummer krijgen, in plaats van hun foto te plaatsen, omdat studenten weten wat het betekent als ze zichzelf als een rode of een gele leerling zien.

Datawalls hebben veel verschillende vormen, maar de meest voorkomende indeling plaatst afbeeldingen of namen van kinderen in grote rode, gele of groene gebieden op de muur om aan te geven of ze een basis-, bekwame of gevorderde leerling zijn. 

Voor iedereen behalve de gevorderde leerlingen, dit is een vorm van openbare schaamte die emotionele schade toebrengt en ook ondermijnt de leerdoelen die datamuren moeten bevorderen

Wat werkt dan wel?

Wat we uit onderzoek naar leren weten, is dat de beste formatieve beoordeling moet volledig ingebed zijn in educatieve interacties. Kinderen moeten betrokken worden bij het oplossen van authentieke, uitdagende problemen en er moet een beroep op worden gedaan om hun redenering uit te leggen zodat leraren hun huidige begripsniveau kunnen zien en erop kunnen voortbouwen. Feedback van de leraar, en feedback die leerlingen aan elkaar leren geven, moeten gaan over hoe verbeteren. Kinderen moeten leren zichzelf te beoordelen, niet om zichzelf een cijfer te geven, maar om hun eigen begrip van de kwaliteiten van goed werk te ontwikkelen. Formatieve beoordeling moet worden gescheiden van summatieve  beoordeling omdat is aangetoond dat nieuwsgierigheid, interesse en diepgaand leren van inhoud hierdoor worden ondermijnd.

Commercie

De meeste commerciële formatieve beoordelingsproducten zijn niet compatibel met het onderzoek op zinvolle formatieve beoordeling. Dit komt omdat door de computer aangeleverde, commerciële producten zijn ontwikkeld in reactie op verantwoordingsmandaten. Ze zien eruit als gestandaardiseerde tests en niet als authentieke instructietaken. Producten die volledig zijn gebaseerd op meerkeuzevragen, kunnen studenten goed van hoog naar laag rangschikken, maar ze bieden geen goede diagnostische informatie. 

Teaching to the test

Kinderen drillen (CITO training en dergelijke) om beter te worden in dergelijke testen verbetert de ‘uit het hoofd leren’, maar ontwikkelt geen conceptueel begrip. Schoolbesturen zouden het beter doen als ze zouden investeren in curriculumontwikkeling met ingebedde vormende taken en in professionele ontwikkeling van leraren (leren goed les te geven) in plaats van zoveel geld uit te geven aan het overmatig testen van studenten.

Bronnen

 This newsletter is made possible in part by support provided by the Great Lakes Center for Education Research and Practice: http://www.greatlakescenter.org The National Education Policy Center (NEPC), housed at the University of Colorado Boulder School of Education, produces and disseminates high-quality, peer-reviewed research to inform education policy discussions. 

Visit us at: http://nepc.colorado.edu 

https://nepc.colorado.edu/sites/default/files/publications/Newsletter%20shepard_0.pdf 


zondag 29 mei 2022

Kinderen met ernstige hechtingsproblemen: Behavioristische aanpak of relatie aangaan?

Voor veel kinderen met ernstige hechtingsproblematiek is school lastig. De hoeveelheid mensen, de prikkels en het feit dat sommige dingen niet goed lukken, frustreren. Deze kinderen zijn nogal eens snel overprikkeld en reageren dan fel en emotioneel. Eén opmerking en ze worden soms al boos. Die boosheid kan een paar uur blijven hangen. Terugkomen in je raampje (Window of Tolerance), lukt ze meestal niet zelf. Daar is een kalme volwassene voor nodig. 

In hun boze bui blijven ze iedereen afsnauwen, of schelden ze op alles en iedereen. Ze voelen zich hier schuldig over, maar een gesprek hierover, bijvoorbeeld om schuld laten te bekennen, maakt alles nog erger. De (toxische) schaamte komt dan naar boven, omdat het kind weet dat het fout zit. Toegeven is bovendien zwakte tonen en juist dat moet te allen tijde voorkomen worden: zwakte maakt kwetsbaar. Daarom hebben deze kinderen en pantser en een masker. Ze vertrouwen niemand.

Beloning geeft eigenlijk aan ‘Ik vind je leuk onder voorwaarden.’ (Namelijk als je precies doet wat ik zeg, krijg je een beloning). Het punt is, dat deze kinderen nog niet de capaciteiten hebben om aan jouw eis te voldoen. Vergeet niet dat onze schoolsetting in principe is ontworpen voor kinderen die deze capaciteiten al hebben ‘meegekregen van thuis.’ 

Ik denk dat we op school minder moeten bezig zijn met belonen en straffen, maar met het opbouwen van relaties met kinderen en dat we hulp moeten geven om naast het cognitieve ook sociaal emotioneel te kunnen groeien. En voor de duidelijkheid: dit is verre van eenvoudig, want de kinderen over wie we het nu hebben, zullen zich hier in eerste instantie tegen verzetten.

Als leerkracht en misschien ook wel als ouder heb je geleerd gedrag aan te leren met beloning en straf. Een ‘stout’ kind corrigeer je met straf, of door te praten over zijn gedrag. Dat werkt bij veilig gehechte kinderen meestal wel, maar niet bij kinderen die onveilig gehecht zijn. Deze kinderen moet je eerst kalm krijgen (reguleren), voor je ‘cognitieve’ afspraken kunt maken. Vergeet niet dat deze kinderen overweldigd worden door emoties (ze kunnen zichzelf niet reguleren), angst en stress. Hun reacties worden gedreven door adrenaline, hun lichaam en geest zijn in survival-mode. Dat kan zeker leiden tot onvoorspelbaar ‘niet redelijk’ gedrag.[1] Dat gedrag tolereren we niet, maar strafwerk, verwijdering en schorsing lossen het probleem niet op.

Het systeem dat op veel scholen gebruikt wordt, het behavioristische systeem van beloning bij goed gedrag en oplopende consequenties bij fout gedrag, werkt hier niet. Deze aanpak, waarbij goed gedrag beloond wordt en waarbij een serie oplopende consequenties je moet laten ‘voelen’ dat je verkeerd bezig bent, kan een kind zich nooit slechter laten voelen dan het zich al voelt. Laat staan als je dit tot in het extreme doorvoert, zoals bij een ‘no excuse’ aanpak (Google eens op 'de Michaela aanpak), waar een zeer duidelijk, maar zeer strikt systeem van beloning en straf probeert elke overtreding te bestraffen. 

Met zo'n systeem probeer je eigenlijk blinde gehoorzaamheid af te dwingen. Deze aanpak zegt eigenlijk ‘Een kind zal nooit zijn gedrag stoppen, als er geen vervelende consequenties zijn.’ Het creëert een ‘wij tegen zij’ klimaat.[2]  Het zegt ook dat je op dat moment niet kijkt naar hoe het kind is, maar hoe jij graag zou willen dat hij is. Voor veel onveilig gehechte kinderen, is dat klimaat er al voor hun gevoel (ook als dat er niet is). Wat zij juist nodig hebben is een ‘wij doen het samen’ klimaat. En als jij het nog niet kunt, ga ik (de leraar) je helpen.

Tekst: Horeweg, A. (2023).  (Boek in voorbereiding).



[1] Perry, B.D. and The Child Trauma Academy. (2017) What is NMT? Presentation available online at https://childtrauma.org/wp-content/uploads/2018/0l/CTA_NMT_Core-Slides_2018r.pdf

[2] Dix, P. (2020). As the adults change, everything changes. Seismic shifts in school behaviour. 5de druk. Carmarthen: Independentthinkingpress.


donderdag 12 mei 2022

Wanneer houdt het op?

 

Kinderen in het primair en voortgezet onderwijs krijgen de komende jaren versneld beter les in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden. Minister Wiersma voor Primair en Voortgezet Onderwijs vindt dit de hoogste prioriteit. "Het niveau moet omhoog", zegt hij.

Waarmee de minister aangeeft:  leraren kunnen eigenlijk niet goed lesgeven. Een boodschap die trouwens al jaren in de media verspreid wordt. Die aanhoudende negativiteit doet geen goed. Er zijn veel leerkrachten die gewoon prima kunnen lesgeven. De minister bedoelt dat de resultaten niet goed zijn en schuift dat af op ‘de leraar.’ Andere mogelijke factoren als grote klassen, onrust in scholen en in de maatschappij, ongefundamenteerde vernieuwingen, opvoeding, digitaal werken (ook in de klas), teveel vakken in een schooldag proppen (oh wacht, we proppen er nog twee vakken bij), weinig aandacht voor expressievakken, zouden allemaal kunnen bijdragen aan ‘mindere’ resultaten, maar is het ooit onderzocht?

De onderwijsinspectie concludeerde in april dat de jarenlange terugloop van de vaardigheden van kinderen "een halt toegeroepen moet worden", en dat dit met de nodige inspanningen binnen twee jaar moet lukken.

Dit klinkt een beetje als ‘pak het gras vast en trek zo hard mogelijk, dan groeit het wel.’ Leren laat zich niet altijd ‘versnellen.’ Leren’ kost ook gewoon tijd. ‘Met de nodige inspanningen’ is wat vaag. Leraren hebben zich drie slagen in de rondte gewerkt en doen dat nog. -Wie dat bestrijdt, nodig ik van harte uit een paar weekjes mee te draaien in het onderwijs-, dus waar gaat die inspanning dan vandaan komen?

Hij wil geen plan over de schutting gooien en zeggen 'bekijk het maar', benadrukt Wiersma. Ook gaat hij geen dure consultants op het onderwijs afsturen "die het zogenaamd beter weten". Dit klinkt dan wel weer redelijk en mijn gedachte dat het waarschijnlijk wel een plan wordt dat over de schutting gekeild wordt, is wellicht te negatief (iets met eerdere ervaringen zijn geen garantie voor de toekomst).

Al komend schooljaar krijgen 150 scholen die het het hardst nodig hebben hulp van basisteams van externe deskundigen en ondersteuners, afhankelijk van wat de leraren nodig hebben. "Bijvoorbeeld iemand die kinderen kan begeleiden bij het tegengaan van pesten, dat komt nu ook op het bordje van de leraar", zegt Wiersma.

Ik vraag me af of leraren zo’n ondersteuner als hier wordt genoemd nodig hebben. Ook ben ik benieuwd wie dan die externe deskundigen worden (hopelijk wel met hun wortels in het onderwijs?). Misschien is een betere vorm van ondersteuning vakleerkrachten voor gym, handvaardigheid en muziek/drama en techniek. Als die mensen te krijgen zouden zijn natuurlijk. Pesten kunnen leraren prima zelf oplossen volgens mij.

Ook noemt hij bibliotheken, mensen die een extra uurtje sport kunnen geven of hulp Uiteindelijk moeten alle scholen zo'n basisteam krijgen.

Wat leuk een uurtje extra sport. Ehm, waar in de overvolle schooldag had de minister dat gedacht? En wat komt de bibliotheek doen dan?

 Daarnaast krijgen 350 scholen toegang tot een subsidiepot waar ze geld kunnen aanvragen voor bijvoorbeeld extra leermiddelen of ondersteuning.

Mooi als dat geld goed wordt ingezet kan dat nuttig zijn. Misschien gebruiken voor klassenverkleining? Oh, zoveel is het niet? En dat leraren tekort he?

Les in bankzaken en contact met de overheid

Het gaat niet alleen om het verbeteren van lezen en schrijven maar ook om de aansluiting tussen rekenen en wiskunde, de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, mediawijsheid, kritisch met informatie kunnen omgaan en het gebruik van digitale middelen voor bijvoorbeeld bankzaken of contact met de overheid.

Kijk nog wat over schutting gekieperd: je bankzaken regelen. Volgens mij kunnen ouders dat hun kinderen prima zelf leren. En contact met de overheid? Vraag dat even aan de ouders van de toeslagen affaire.

De scholen zijn niet in hun eentje verantwoordelijk voor het niveau van de kinderen. Externe invloeden waar leraren geen vat op hebben spelen ook mee, zoals ouders die zelf niet goed kunnen lezen en schrijven en verouderde leerdoelen en lesmateriaal.

Dank je de koekoek, dat leraren niet in hun eentje verantwoordelijk zijn, maar zo wordt het meestentijds wel geroepen. De overheid heeft het onderwijs jaren laten versloffen, maar de overheid noemt zichzelf natuurlijk niet.

Ook op ouders, en op bijvoorbeeld bibliotheken, wordt een beroep gedaan.

Weer die bibliotheken. Wat moeten die toch? En ouders zijn inderdaad ook verantwoordelijk voor hun kind. Goed om te noemen.

Strenger toezicht

Wiersma wil op de lange termijn samen met het onderwijs een masterplan opstellen. Dat richt zich op de voor- en vroegschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs (inclusief het speciaal onderwijs) en het middelbaar beroepsonderwijs.

Benieuwd wie ‘het onderwijs’ is. Hopelijk niet de Raden. En wéér een masterplan. Zucht.

De minister eist ook inspanningen van de scholen. De onderwijsinspectie moet strenger toezicht gaan houden en sneller ingrijpen als scholen te weinig actie ondernemen of onvoldoende resultaat boeken.

Draait het toch weer niet om kinderen maar om resultaat. Steng toezicht op luie scholen. Ik lees uiteindelijk wéér niet iets nieuws. Afrekenen op resultaat doen we al decennia. Daar werd het niet echt beter van.

De komende twee jaar wordt naast het taal- en rekenonderwijs ook de rest van het curriculum, ofwel de leerplannen, vernieuwd.

Ja, vernieuwing als antwoord op alles. Wat dacht je van ‘verbetering?’

maandag 25 april 2022

Kindermishandeling bespreekbaar maken. Moet dat zo nodig?

 

 

Kindermishandeling bespreekbaar maken in je klas.

 

Het moet

Ik denk dat het moet. Hoe ongemakkelijk dit onderwerp ook is, de cijfers over het voorkomen van kindermishandeling en seksueel misbruik blijven schrikbarend hoog.[1]  Kinderen en jongeren die dergelijke gebeurtenissen overkomt, hebben te maken met levenslange consequenties.[2]

Er zitten dus kinderen in de knel. Dat kunnen we niet voorkomen, maar misschien kunnen we het aantal wel beperken. Bespreken draagt namelijk bij aan disclosure.[3] [4] Bovendien vergroot het de veerkracht.[5]

Een betere uitleg

Ik stelde ooit dat kinderen een aantal zaken niet weten omdat ze geen referentiekader hebben. Ze weten dus niet wat hen aangedaan wordt, niet normaal is.[6] In een recente podcast komt dit ter sprake en het blijkt dat ik dit beter moet uitleggen. Kinderen hebben het idee dat het normaal is wat hun aangedaan wordt: hun ouders houden immers van ze? Het moet dus wel iets zijn dat gewoon is, uit liefde gedaan wordt (dat zeggen daders soms ook tegen kinderen), bij de opvoeding hoort, of komt omdat ze een slecht kind zijn, dat dit verdient. Deze misvattingen komen door een gebrek aan referentiekader. Dus: ‘Ze weten het niet’ moet je ook opvatten als ‘Ze kunnen het niet goed plaatsen.’ Een aantal interviews met ‘kinderen van weleer’ bevestigden dit, waarbij aangetekend moet worden dat ik toevallig net die kinderen trof die dit dachten en dat andere kinderen misschien precies weten hoe de vork in de steel zit.

Zo zegt Angélique van Deursen, auteur van o.a. Het duivelskind het volgende: ‘Als kind wist ik niet dat ik mishandeld werd, misbruikt werd, verwaarloosd werd, geestelijk mishandeld werd. Voor mij was het gewoon en vooral ik wist zeker dat het allemaal mijn eigen schuld was.’

 

Een andere auteur, die schreef over de door haar meegemaakte ellende, Angelique de Rijk schrijft: ’Te horen krijgen dat het niet normaal is wat er met me gebeurde en dat het niet mijn schuld is!’

 

Jason Bhugwandass (u weet wel, die jongeman die strijdt voor afschaffen van de gesloten jeugdzorg) : ‘Als kind had ik nooit door wat de ernst was.’

 

Nina Blom, auteur van Je bent een verschrikkelijk kind hierover: ‘Want als je niet beter weet dat de thuissituatie onveilig is, dan weet je ook niet dat het niet normaal is. Je weet als kind wel te overleven en je voelt je ontzettend verdrietig en eenzaam en angstig vooral, maar weet je ook dat het niet jouw schuld is? Nee, dat weet je niet.

 

Schuld

Dat brengt mij bij een volgend punt waarom bespreken nodig is: Kinderen denken dat het door henzelf komt. Zelfs als ze ‘doorhebben’ dat er iets niet klopt, denken ze dat de oorzaak bij henzelf ligt. Iemand moet ze uit die nare droom helpen en goed duidelijk maken dat wat hen is aangedaan nooit hun schuld is.

Ik ben de enige

Bijna alle kinderen denken dat ze de enige zijn: Veel kinderen weten niet, dat het ook veel andere kinderen overkomt. Dat kun je ook niet weten, want die andere kinderen praten  er om dezelfde redenen niet over. Wel blijkt dat het voor kinderen een enorme  opluchting is als ze weten dat dit ook bij anderen gebeurt.

Zo zegt Kim Koumans, professioneel danser en choreografe en onthuller van dossier dansmisbruik (over misbruik in de danswereld) hierover: ‘Ik had graag willen weten dat ik dit niet als enige doorging en dat het niet mijn schuld was.’

 

Ik denk dat er iets niet klopt

Het besef dat er iets niet klopt, ontstaat soms, maar zeker niet altijd, rond een jaar of negen, tien. De leeftijd waarop het misbruik of de mishandeling plaats vinden speelt ook mee. In absolute aantallen is de categorie 8 tot 12 jaar de grootste, maar in relatie tot de totale bevolking de categorie 0 tot drie jaar.[7] In de VS is de categorie zeer jonge kinderen ook het grootst[8], voor Nederland heb ik geen cijfers kunnen vinden. Deze zeer jongere kinderen hebben uiteraard geen idee wat hen overkomt, dat kunnen ze niet plaatsen.

Lana B. (Vicky Bergman), auteur van Doorbroken taboes, schrijft hierover: Ik wilde dat ik dit geweten had, voordat ik dit allemaal meegemaakt en verwerkt had. Dat ik geweten had dat ik niet de enige was.’ (p89)

 

 

En ook Kim van Laar, oprichter en directeur van Team Kim schrijft:  ‘Ik heb namelijk heel lang gedacht dat wat ik thuis meemaakte, mijn schuld was en daar heb ik best lang last van gehad.’

(in het voorwoord  van Dit is een verschrikkelijk boek met een gouden boodschap)

 

Ik weet dat het niet klopt. En dan?

Stel dat je als kind wel hebt ontdekt dat wat jou overkomt niet goed is. Wat doe je dan? Hoe kun je dat weten? De dader gaat het je niet vertellen. Wie dan wel? Ik denk toch iemand op school (en het komt er inderdaad ook nog bij). Omdat het een lastig te bespreken onderwerp is, met mogelijk directe of indirecte gevolgen, moet je dat goed voorbereiden. Je moet ook niet verwachten dat kinderen praten over wat hun overkomt. En aandringen moet je denk ik al helemaal niet. Kinderen worden bedreigd om hun te laten zwijgen. Daders schilderen de verschrikkelijkste scenario’s als een kind toch gaat praten. Lees daarvoor het artikel van Bicanic en De Jong.[9]

Drempel wegnemen

Het in zijn algemeenheid bespreken van dit onderwerp draagt wel bij aan het verlangen van de drempel om met verhalen over misbruik of mishandeling naar buiten te komen. Uit onderzoek van Hoefnagels, e.a.[10] blijkt dat 47% van de kinderen twijfelt of klasgenoten wel op dit soort verhalen zitten te wachten en of je het onderwerp kunt bespreken. 11% Denkt te weten van niet. Het is belangrijk de drempel weg te nemen. Zoals de Jongeren Taskforce van Augeo aangaf in hun rapport: ‘Elk kind zou op school het nummer van de kindertelefoon moeten krijgen.’[11]

Positieve uitkomsten:

Verder heeft bespreekbaar maken van dit onderwerp en weten dat je terecht kunt bij je leerkracht een positief effect.[12]

Kinderen voelden zich opgelucht/beter

Relatie met leerkracht werd beter

Klasgenoten gaven kind meer steun

In 2/3 van de gevallen vermoedde de leerkrachten een verbeterde thuissituatie

 

Alles bij elkaar genoeg redenen om kindermishandeling en andere aces bespreekbaar te maken in je klas.

 

Wat is er zoal aan materiaal ( er is vast nog meer)

 

 



[2] Morgart, K. , Harrison, J.N. , Hoon, A. H. , Wilms-Floet, A. M. (2021).  Adverse childhood experiences and developmental disabilities: risks, resiliency, and policy. Developmental Medicine and Child Neurology, 3 mei 2021, https://doi.org/10.1111/dmcn.14911

[3] C. Hoefnagels, S. Onrust, M. van Rooijen, H. Jonkman, A. van Spanje-Hennes, L.D. Breeman (2021). Changing the classroom climate to lower the threshold for child abuse and neglect self-disclosure: a non-randomized cluster-controlled trial, Children and Youth Services Review, 2021, doi: https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2021.106196.

[4] McElvaney, R., Moore, K., O’Reilly, K., Turner, R., Walsh, B., & Guerin, S. (2020). Child sexual abuse disclosures: Does age make a difference?. Child abuse & neglect, 99, 104121.

[5] Overbeek, M.M., Schipper, J.C. de, Lamers-Winkelman, F. & Schuengel, C. (2013) The effectiveness of a psycho-educational program for child witnesses and victims of Domestic Violence, ZonMW.

[6] Struik, A. (2021). Slapende honden? Wakker maken. een behandelmethode voor chronisch getraumatiseerde kinderen. p.35. Pearson Benelux.

[9] Bicanic, I. & De Jong, A. (2018). Als je het vertelt dan…Verbale dreigementen aan slachtoffers van seksueel misbruik, EMDR Magazine 15.

[10] C. Hoefnagels, S. Onrust, M. van Rooijen, H. Jonkman, A. van Spanje-Hennes, L.D. Breeman (2021). Changing the classroom climate to lower the threshold for child abuse and neglect self-disclosure: a non-randomized cluster-controlled trial, Children and Youth Services Review, 2021, doi: https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2021.106196.

[12] Hoefnagels, C. e.a. (2020). Het benutten van een krachtig signaal. Eindverslag van het onderzoek naar de rol van leerkrachten in het basisonderwijs bij self-disclosure van kindermishandeling: het benutten van een kracht signaal. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

zondag 10 april 2022

'Wat ben je stil? Is er wat?'

 

 

Een stukje over het blije onopvallende kind: nog altijd wordt introversie – zelfs op scholen – beschouwd als een soort ziekte, een afwijking. Men verwart ‘stil en introvert’ al gauw met ongelukkig of chagrijnig.1 En dat is jammer. Er zijn kinderen in je klas die het fijn vinden om ‘vanaf de zijkant’ deel te nemen aan het klassengebeuren. Ze luisteren goed, kijken goed en hebben het naar hun zin. Waar ze soms tegenaan lopen als ze wel aandacht van de leerkracht

krijgen, is een begrijpelijke, maar voor rustige, stille kinderen irritante vraag: ‘Ben je boos? Je bent zo stil?’ ‘Is er wat? Je kijkt zo?’  ‘NEE!! Er is niks. Ik vind het fijn stil te zijn.’ Best jammer, want dat is tot op zekere hoogte nogal kortzichtig. Alsof we bij elke druktemaker moeten zeggen: ‘Wat ben je druk, is er wat?’ of dat hij zich ‘niet zo moet aanstellen en lekker rustig moet komen zitten lezen’.

Laat die stille leerling gewoon lekker in dat hoekje zitten. Rustig, wat bedachtzaam en observerend. Als iedereen anderen gewoon laat zijn wie ze zijn, wordt het een stuk makkelijker, denk ik. Het feit dat je stil bent en geen problemen hebt, betekent natuurlijk niet dat je geen aandacht wil van de leerkracht! Ook als stil kind wil je horen dat je het goed doet.

 Wat jammer is, is dat er meestal minder aandacht terecht komt bij de rustige, soms stille en naar binnen gerichte kinderen. De meerderheid van de stille kinderen wordt vaak ‘vergeten.’2 De stille leerling, oftewel de leerling met internaliserend gedrag, wordt vaak niet gezien.3  Voordat je daar een verkeerd beeld bij krijgt: niet alle stille kinderen zijn zielig. Natuurlijk zijn er kinderen die geen aansluiting vinden of die niet door de klas durven rennen, maar dat wel zouden willen. Er zijn echter ook kinderen die het heerlijk vinden om rustig en beschouwend in je klas te zitten. Zij kunnen zich prima redden in sociale situaties, maar kiezen ervoor die te mijden.4  Ook stille kinderen verdienen aandacht.

 In elke groep dieren (ja, mensen zijn ook dieren) heb je individuen die vooruitrennen, verkennen, durven en doen zonder al te veel na te denken. Zij hebben een functie. Zonder hen zou er niet veel vooruitgang geboekt worden. Voordat de meer terughoudende types in actie komen, is het eten weggerend. Dat enthousiaste, op actie gerichte gedrag heeft ook nadelen: de voorste, snelste durfal legt nogal eens het loodje. De meer behoudende groepsleden van de groep – die eerst alle voors en tegens afwogen, die de beren op de weg zagen en uitschakelden (al was het maar in gedachten) – kwamen misschien niet als eerste aan, maar overleefden het wel.


Sammie, groep 5: ‘Ik vind het leuk op school. Ik leer heel veel. Ik weet eigenlijk ook best veel, maar ik steek nooit mijn vinger op. Dat vind ik niet nodig. Ik weet ook niet waarom. Ik luister liever naar wat andere kinderen zeggen en dan denk ik vaak: dat wist ik ook! en dan word ik blij.’

 Bron: Horeweg, A. (2022). Als je leerling stil is. Huizen Pica.

En in de klas krijgt de voorste, drukste, meest impulsieve leerling vaak als eerste aandacht en als eerste het leuke klusje, maar hij krijgt ook nogal eens een berisping … Als hij al niet naar de gang gebonjourd wordt. De stillere, rustigere kinderen hebben daar nauwelijks last van: de leerkracht is hen al bijna vergeten (ik chargeer soms iets). Als er in je klas alléén maar extraverte kinderen zouden zitten, kom je niet aan lesgeven toe, daar kun je je iets bij voorstellen. Als je alléén introverte kinderen had, kreeg je misschien heel weinig of geen respons op je vragen, of pas na een heel lange bedenktijd. Gelukkig is het fijn dat ze er alle twee zijn, deze archetypes. Dat houdt de boel in evenwicht. Bovendien, niemand is  geheel extravert of introvert. Wel kun je neigen naar een van beide kanten en dat kan ook nog per situatie verschillen. Denk maar eens aan kinderen die thuis het hoogste woord hebben, maar die je op school nauwelijks hoort. Of omgekeerd.

Als je leerling stil is, Anton Horeweg


Anton Horeweg

1. Horeweg, 2022.

2. McCroskey & Daly, 1976. 

3. Van der Ende et al., 2012; Sund et al., 2011.

4. Costa & McCrae, 2006.


donderdag 7 april 2022

Je werk moet wel niveau hebben.

 


Dit keer een epistel dat niet uit de klas komt, maar uit de periferie. Of laat ik het herformuleren: een stukje dat niet uit de klas komt, maar van buiten; het randgebied eromheen. Jaren geleden had ik een discussie op mijn opleiding. Ik schreef een stuk over ADHD. Dat stuk werd erg goed gevonden, maar een week later werd het afgekeurd. Dat is op zich best raar toch? Nou ja, misschien is het niet raar, maar wel heel bijzonder. Het stuk werd alsnog afgekeurd, omdat het ‘te weinig niveau’ had. Er werd mee bedoeld dat ik in Jip en Janneke taal schreef en dat men bij een dergelijke post-hbo opleiding meer verwachtte. In de praktijk kwam het er op neer dat ik moeilijke woorden toevoegde: de inhoud was immers eerst al erg goed bevonden? Ik maakte van hersenhelften ‘hemisferen’ en van ‘Hoe vaak komt het voor’, maakte ik prevalentie, enzo verder. De concessie die ik toen heb gedaan aan begrijpelijkheid, zal ik nooit meer maken. Ik vind het ongelooflijk dat er (hoger opgeleide) mensen zijn, die er bewust voor kiezen om teksten zo ingewikkeld te maken dat sommige anderen ze niet kunnen lezen of begrijpen.

Waar mijn allergie voor dit soort praktijken vandaan komt, kan ik uitleggen. Mijn vak is onderwijzen. Ik doe het al heel lang. En mijn kracht is het ingewikkelde begrijpbaar maken (een superkracht die veel leraren hebben trouwens). Dat betekent niet dat ik vind dat kinderen geen moeilijke woorden hoeven te leren; juist wel, het verrijkt je taal en verbetert je begrip. Maar ik vind ook dat ik de taak heb om alles wat lastig is, begrijpelijk te maken. Allemaal weten we dat niet iedereen even goed leest of het gelezene even goed begrijpt. Je moet dus (!) zorgen dat je tekst zo is geschreven dat de kans groter wordt om door iedereen begrepen te worden.

Onlangs vroeg een projectgroep me om een artikel te schrijven. Het stuk moest een onbekend onderwerp bij iedereen bekend maken. Ze vonden het een mooi artikel en lekker duidelijk. De opdracht was namelijk om korte zinnen van maximaal tien tot vijftien woorden te maken. En dat was nog gelukt ook. Net als jaren geleden, ging het stuk vervolgens naar de deskundigen, die vonden dat de tekst ‘te makkelijk’ was. Verder argumentatie: mensen die ‘lager’ opgeleid zijn, lezen deze site toch niet. Wat zij eigenlijk zeggen: wij willen niet dat mensen die lange zinnen lastig vinden deze site lezen. Deze 'deskundigen' zetten mensen bewust buitenspel. Ik vind dat schokkend. En welke woorden ik er echt bij bedenk, lenen zich niet voor een openbare tekst. U begrijpt dat ik mijn naam niet aan zo’n site verbonden wil zien.

maandag 28 februari 2022

Oorlog in Oekraïne: Praten in je klas? En hoe dan?

 

Oorlog in Oekraïne: Wat vertel je kinderen? Updated 20-03-2022

Door: Anton Horeweg.

Dit artikel is gebaseerd op het artikel War in Oekraïne[4]

Nu we niet meer om het onderwerp ‘oorlog’ heen kunnen omdat het oorlog is in Europa en kinderen hier op social media mee in aanraking komen, is het goed om te bekijken wat we er op school mee ‘moeten.’

 De oorlog is 'overal'

Veel kinderen zullen kennis maken met de verschrikkelijke dingen die een oorlog met zich meebrengt via internet. Op Tiktok, Instagram, facebook, twitter en alle nieuwssites, al of niet Nederlands, zijn beelden te zien van doden, gewonden, raketinslagen en bombardementen op woonhuizen.

Bij voorgaande oorlogen, zoals Afghanistan en Syrië, was er nog het idee dat oorlog in verre landen plaatsvond. Op de kinderen uit voormalig Joegoslavië na, kennen Europese kinderen en jongeren hier de oorlog alleen als een fenomeen ver weg.

Voorkom misvattingen

Kinderen hebben, hoe jonger ze zijn, weinig kennis van de wereld en zullen moeite hebben het nieuws dat ze nu zien, precies te duiden. Ook kunnen ze veel lastiger afstanden inschatten en het risico inschatten of het bij hen ook oorlog wordt. Overigens is die kans, hoewel redelijk klein, ook niet meer ondenkbeeldig. Toch zullen bij kinderen misvatting ontstaan en kan hun fantasie de zaken erger maken dan ze voor ons nu zijn. Door dit alles kunnen sommige kinderen behoorlijk angstig worden.

De oorlog is overal te zien

Vergeet niet dat kinderen merken dat de oorlog op dit moment het nieuws domineert en zelfs corona, waar ze zich ook zorgen over maken heeft verdrongen. Ook horen ze volwassen praten over deze oorlog en merken ze de bezorgdheid van iedereen. Wellicht hebben ze Oekraïense en Russische sporters huilend op tv gezien en zagen ze hun favoriete voetbalclub stelling nemen tegen de oorlog, net als tienduizenden die tegen de oorlog protesteerden in de grote steden van de wereld. Ook zijn de eerste vluchtelingen in ons land aangekomen. Dit alles geeft hun het signaal: het is gevaarlijk aan het worden.

Een klein aantal kinderen heeft bovendien ouders die een oorlog hebben meegemaakt, denk aan mensen uit Servië, Kroatië, Jemen, Syrië, enz. De huidige toestand kan bij die mensen extra spanning en bezorgdheid oproepen, die hun kinderen zullen overnemen.

Wat kun je merken aan kinderen

Uit eerdere oorlogen weten we dat kinderen een grote verscheidenheid aan reacties kunnen laten zien:

·       Ze willen dicht bij hun ouders en broertjes of zusjes blijven

·       Ze willen ‘s nachts het licht aan en de slaapkamerdeur open

·       Heftiger reacties op scheiding van de ouders, bijvoorbeeld als de school begint

·       Slecht slapen, nachtmerries over oorlog

·       In gedachten veel met de oorlog bezig zijn en daardoor zich niet goed kunnen concentreren op school

·       Veel vragen hebben ( en stellen) over de oorlog of de vluchtelingen

·       Veel het nieuws volgen ( wat tot somberheid en angst kan leiden)

·       Hun zorgen in hun spel verwerken (oorlogje spelen)

·       Plezier verliezen en/of sneller geïrriteerd zijn

N   Niet goed meedoen met de les, omdat hun hoofd vol met zorgen of 'oud' leed zit.

 

Gelukkig zijn er ook veel kinderen die ‘nergens last van hebben.’ Zij gaan gewoon door met hun leven als altijd. Zij hebben ook geen interventie nodig. Eigenlijk hoef je hen niet lastig te vallen met de oorlog en vooral je antennes uitsteken en ze in de gaten houden. Voor de kinderen die wel bezorgd of nieuwsgierig zijn, is het goed wel over de oorlog te praten. En de ‘onbezorgde’ kinderen zitten daar natuurlijk bij. Daarover later meer.

 

Uitleg die (ontwikkelings) leeftijd adequaat is

Onderschat niet het ‘kleine potjes, grote oren-effect.’ Kinderen pikken veel op, ook al ze heel jong (5, 6 jaar of zelfs jonger) zijn. Ze verstaan gesproken taal  vaak al beter dan hun eigen spreekvaardigheid is. Ook zien ze vaak al veel op internet en televisie. Ze pikken dus veel op, maar hebben daar wel een volwassene bij nodig die helpt interpreteren. Hun begrip is immers nog beperkt. De uitleg moet dus ‘leeftijdsadequaat’ zijn (waarmee ontwikkelingsleeftijd wordt bedoeld). Kinderen van een jaar of 7 raken uit de fantasiefase. Hun angsten zijn meer gericht op hun eigen omgeving. Ze kunnen bedenken 'Wat als.. (er oorlog komt). Kinderen van ongeveer 9 tot 12 hebben al een ruimere blik op de wereld. Ze ontwikkelen empathie en kunnen zich identificeren met het lot van andere kinderen.

Je zou kunnen bedenken dat je beter niet over de oorlog kunt praten, maar bedenk dat kinderen er wél overpraten met leeftijdsgenoten (die er al evenmin een ‘volwassen begrip’ van hebben). Dit kan leiden tot misverstanden en fantasieën die vooral zorgen voor angst.

 

Praten

Praten over de oorlog dus, ook op school. Gebruik taal die bij hun leeftijd past (maar dat doet elke leerkracht). Als je in gesprek gaat, vraag dan regelmatig kinderen na te vertellen wat er gezegd is. Zo heb je minder kans dat zaken een eigen leven gaan leiden of volledig verkeerd worden begrepen.

Gebruik de kaart van Europa of een wereldkaart om te laten zien waar de oorlog op dit moment plaatsvindt. Leg uit (of laat uitrekenen) hoeveel kilometer dat bij Nederland en Vlaanderen vandaan is en hoe lang het duurt om er met een auto te komen.

Laat de kinderen het gesprek starten: ze hebben vast veel vragen en naar aanleiding daarvan kun jij het gesprek leiden. Als kinderen willen weten waarom het oorlog is kun je onderstaande tekst gebruiken als leidraad.

Het volgende stukje is een globale vertaling van een Engelstalig artikel[1] Tussen haakjes enige toevoegingen als idee om zaken te vereenvoudigen.

In het grote en machtige land Rusland (aanwijzen op de kaart), is eer een president (de baas van Rusland), genaamd Poetin. Rusland heeft een heel groot leger en heel veel meer wapens en soldaten dan het buurland (land dat naast een ander land ligt, denk aan je eigen buren) Oekraïne. Poetin vindt dat Oekraïne eigenlijk bij Rusland hoort. In Oekraïne wonen namelijk ook veel Russen. Hij vindt de regering van Oekraïne ( bazen van Oekraïne) niet goed genoeg en wil daarom een andere regering.

Hij heeft daarom zijn leger naar Oekraïne gestuurd om de president daar weg te krijgen en misschien het land bij Rusland te halen. Nu is het dus oorlog daar. Andere landen zijn bezorgd en bang (net als wij hier in de klas) dat de oorlog zich zal uitbreiden. Misschien wil Poetin ook wel andere landen binnenvallen met zijn tanks en soldaten.

Ook de regeringen van andere landen zijn bezorgd en ze praten veel met elkaar hoe ze Rusland en Poetin kunnen tegenhouden. Op dit moment zijn er landen die Rusland willen straffen. Dat doen ze door te zorgen dat de rijke mensen in Rusland en ook Poetin, niet meer bij hun geld kunnen. Dat noem je een sanctie (straf). Ook mogen andere landen niets meer verkopen aan Rusland, zodat ze geen geld kunnen verdienen (voor de bovenbouw handelsembargo). Op deze manier proberen landen duidelijk te maken aan Poetin dat hij moet stoppen met oorlog voeren. Als hij dat niet doet, spreken ze nog meer sancties af. Ook laten overal in de wereld gewone mensen en regeringsleiders op de een of andere manier zien, dat ze Oekraïne steunen (hebben jullie al gezien hoe?)

 Uiteraard is het bovenstaande maar een suggestie. Het gaat erom de zaken zo duidelijk mogelijk uit te leggen, zonder in te gaan op de verschrikkelijk details van een oorlog. Het kan wel zo zijn, dat sommige kinderen over die ‘details’ beginnen. Ik zou dat afkappen als je met de klas hierover praat, maar wellicht is het goed nog apart te praten met een kind dat die verschrikkingen noemt.

Vragen stellen

Je kunt ook zelf vragen stellen

Wijs Oekraïne en Rusland aan op de kaart:

• Wie is Poetin?  Wie is Zelensky?

• Wat is er aan de hand in Oekraïne?

• Waarom hebben Oekraïne en Rusland ruzie met elkaar?

• Hoe denken de mensen in Oekraïne over de oorlog denk je? Zouden ze bang of boos zijn? En de       mensen in Rusland?

• Hoe voel jij je als je aan de oorlog in Oekraïne denkt? (bang, boos? enz.)?

• Als je iets aan Poetin zou mogen zeggen, wat zou je dan zeggen?

Ga vooral open in gesprek, neem de tijd om alle vragen te beantwoorden, ook als ze een paar keer gesteld worden, want kinderen gebruiken die vragen om gerustgesteld te worden en om de zaken goed te begrijpen.

En als kinderen niet willen of kunnen praten?

Het kan helpend zijn om in expressievakken ook aandacht te besteden aan de oorlog. Door tekeningen, toneel, dans of op welke manier kinderen zich ook maar willen uitdrukken, kunnen ze soms dingen 'zeggen' die niet lukken met taal.

Geruststelling

Onze taak voor nu is kinderen gerust te stellen en uit te leggen dat ze veilig zijn, omdat deze oorlog gelukkig (nog) ver weg is van waar wij wonen. Het is heel erg voor de Oekraïners, maar wij  zijn veilig.

 

Bent u ook bang?

Dit kan zomaar één van de vragen uit de klas zijn. Als volwassene die wellicht ook bezorgd is, mag je dat best vertellen, je bent niet de eerste bezorgde volwassene die ze hebben horen praten over de oorlog. Je kunt vertellen dat je het heel erg vindt voor de mensen daar, die nu misschien wel hun huis kwijt zijn, of moeten vluchten. Benadruk dat veel landen en veel mensen in die landen willen helpen en tegen de oorlog zijn (ook Russen).

 

Les over Rusland en Oekraïne

Voor oudere leerlingen hebben enthousiaste collega’s al een lespakket ontwikkeld, waarmee je wat dieper in kunt gaan op de situatie zoals die nu is. De Universiteit van Utrecht heeft een lespakket voor het VO en MBO ontwikkeld. Je vindt dat lespakket op de verzamelpagina van de LBBO ( Zie link onder aan artikel).

Media

Houd zelf in de gaten wat er op alle media platforms is te zien over de oorlog. Als je met je klas het Jeugdjournaal kijkt, zul je ook daar berichten tegenkomen. Zo was er een reportage over de kinderen in Oekraïne die les krijgen over wapens. https://youtu.be/vyFF_AY_nzc  Sinds de oorlog is uitgebroken komen ze vrijwel elke dag met nieuws uit de Oekraïne. 

Door op te hoogte te zijn, kun je makkelijker inspelen op de misvattingen die (soms snel) kunnen ontstaan. Vraag elke dag even  aan kinderen wat ze gezien, gehoord of gelezen hebben.

 

Ik heb vluchteling in de klas

Bedenk dat als je kinderen uit (voormalige) oorlogsgebieden in de klas hebt, dat deze oorlog een enorme trigger kan zijn.[2] [3] Als kinderen zelf gevaarlijke situaties hebben meegemaakt of gezien, kunnen er nu oude wonden worden opengereten. Wellicht waren de ‘wonden’ nog niet eens dicht. Verzeker ook hier dat deze kinderen veilig zijn en heb begrip voor het feit dat door de grote stress die ze nu meemaken, hun gedrag minder handig kan zijn of dat ze niet goed tot leren kunnen komen.

Ondersteun ze zoveel mogelijk en geef ruimte voor ‘ontlading’ door meer fysieke activiteiten te plannen in de schooldag. Korte onderbrekingen met spel, dans, drama of zingen, zorgen ervoor dat het lichaam en het brein zich even kunnen ontdoen van alle spanning. Door het plezier van de activiteit neemt de spanning ook af.

Vertel kinderen ook dat je er voor ze bent en bij jou terecht kunnen als ze willen praten. Heb er begrip voor als ze in de les wat minder goed opletten, maar ga er niet in mee. 'Sleep' ze weer vriendelijk bij de les. Het is juist fijn als school ook gewoon school is, waar de ellende even ver weg lijkt.

Iets doen

Het kan zijn dat je klas het fijn vindt om echt iets te doen voor de kinderen in Oekraïne of voor de vluchtelingen die deze kant op komen. Bekijk dan met je klas of je bijvoorbeeld in samenspraak met vluchtelingenorganisaties iets kunt doen, of neem contact op met mensen die particuliere initiatieven ontplooien. Ook kun je met je klas geld inzamelen en dat op giro 555 storten.

Samenvattend:

Praat zeker over de oorlog. Kap het niet af met ‘Jij bent te jong om dat te snappen’ of ‘Dat is voor volwassenen.’ Neem vragen serieus, beantwoord ze op ontwikkelingsniveau en stel kinderen gerust: vertel dat ze veilig zijn in ons land, in onze school.

 

Dit artikel is gebaseerd op het artikel War in Oekraïne[4]

Een kopie is te verkrijgen via meesgroep8@hotmail.com

 Handige sites

Oekraïense kinderen hebben (blijkbaar) een account voor onderstaande site (gebruikt tijdens de coronacrisis). Je vindt die site hier https://lms.e-school.net.ua/

De Landelijke Beroepsgroep Begeleiders in het Onderwijs (LBBO) heeft tips verzameld die leraren kunnen gebruiken. Zo is er ook een lesplan Oorlog in Oekraïne voor het voortgezet onderwijs. Je vindt ze HIER.

Gratis schoolboeken in het Oekraïens: https://www.noordhoff.nl/oekraine en  hier (Door Wolter Noordhoff).

De traumasensitieve school


Anton Horeweg,

Leerkracht (MSEN), auteur.



[2] Horeweg, A. (2018). De traumasensitieve school. Anders kijken naar gedragsproblemen in de klas. Tielt: Lannoocampus.

[3] Van Oudheusden, H. (2018). Teaching refugee children. Apollo books.

[4] Dyregrov, A. , Raundalen, M. & Yule, W. (2022). War in Oekraïne- What to tell the children? Klinikk for krisepsychologi, Bergen.