Over mij

Mijn foto
Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit meer dan 35 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl

zaterdag 21 september 2019


Zo overleef je een moeilijke groep
Over het belang van groepsvorming. Kijk ook op het You Tube kanaal van gedragsproblemenindeklas.

Je hebt geen grip op de groep, het lesgeven lukt niet, en je zelfbeeld en nachtrust lijden eronder. Het is wat er gebeurt bij een ‘moeilijke groep.’ Iets waar iedere leerkracht mee te maken kan krijgen. En waar zelfs ervaren leraren op stuk kunnen lopen. Wat gebeurt er in zo’n klas, hoe krijg je de controle terug? ‘De klas is een spiegel. Als de klas vervelend is, zegt het ook iets over jou.’

Groepsvorming

“De vervelende klas bestaat niet”, stelt Anton Horeweg, leerkracht en gedragsspecialist (M SEN) met 35 jaar ervaring en een voorkeur voor 'lastige' leerlingen. "Als je denkt: ‘Wat een vervelende klas!’ Dan komt het niet goed. Want dan zeg je: wat er gebeurt, heeft niets met mij te maken.”
Hoe hij kijkt naar zo’n klas? “Over het algemeen geldt dat de kinderen niet gericht zijn op leren, maar op elkaar. Daarom doen ze niet wat je zegt. En dat is vervelend.”

Wie een vervelende klas wil voorkomen, zet in op groepsvorming, adviseert hij. Niet alleen in de eerste weken, maar ook daarna. 'Want een groep is in beweging. Altijd.'
Horeweg laat de kinderen kennismaken met hem, door te vertellen over zaken die niets met school te maken hebben. 'Zo leren kinderen je kennen als mens, in plaats van als leerkracht.' Hij laat de kinderen op dezelfde manier met elkaar kennismaken. 'Waarom? Heel simpel: als je iemand niet kent, vind je hem of haar ook niet leuk. Elkaars aardige kanten zien, ervaren dat je dezelfde dingen leuk vindt, dat schept een band die er later voor zorgt dat je elkaar wilt steunen.'
Ook praat hij met ze over hoe ze willen zijn: 'Wat voor klas willen wij dit jaar zijn? Ik begin dus met het einddoel voor ogen en ga dan bespreken hoe we dat voor elkaar krijgen. Alle kinderen willen deel uitmaken van een leuke klas! Bij iedere verstoring daarvan, is het van belang dat je stopt met de les en erover gaat praten. Hoe kwam het? Had iemand kunnen helpen? Het is belangrijk dat ze leren dat ze als groep verantwoording dragen voor elkaar. De kracht van de groep wordt absoluut onderschat. We zijn geneigd ons te richten op de 'raddraaiers,' maar we moeten ons richten op de meerderheid van kinderen die gewoon zijn best wil doen. Bij ruzie zeggen de wegkijkers vaak verongelijkt ‘maar ik deed niets!’ Ik zeg dan: ‘Ik wil dat je de volgende keer wél wat doet!’ Degene die boos is, kan niet meer nadenken, dus moeten wij dat voor hem doen.'
Met de klas stellen we regels op. Afspraken zo je wilt. Een regel of vijf volstaat. Bijvoorbeeld: we zijn aardig voor elkaar; we zijn rustig in de school; we zijn netjes met de materialen en de omgeving.
'Wanneer iemand met een gum gooit of dwars door een ander heen praat, wijs ze dan weer op de regels,Wijzen op de regels is een effectievere manier dan de overtreder zelf corrigeren. Op den duur corrigeren de kinderen elkaar”, zegt leerkracht Anton Horeweg.
'Stel jezelf twee lijnen voor waarbinnen iets stuitert', zegt Anton Horeweg. “Als je niets doet, stuitert het uiteindelijk buiten het lijntje. Je moet er dus kort op zitten. Even oogcontact kan voldoende zijn. Kinderen hebben soms niet door dat ze storen. Ga niet meteen uit van slechte intenties. Schep de voorwaarden om goed gedrag te vertonen.'

Meer lezen? Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs. Houten: Lannoocampus.







woensdag 12 juni 2019

De echte #Dreamschool



Vandaag een cluster 4 school bezocht. Eerst door een groot ijzeren hek met slagboom. Hier kom je niet zomaar in of uit. Aan de rechterkant bevonden zich de gebouwen waar veel leerlingen van deze school wonen: in leefgroepen, omdat het thuis niet gaat. Eén gebouw voor de kinderen met een lvb en delinquent verleden en één gebouw voor andere leerlingen. De leerkracht die voor de groep staat die ik ga bezoeken, komt me ophalen bij de deur, samen met een meisje dat zo blijkt later, nog niet in de klas kan zitten. Het meisje geeft me keurig een hand en stelt zich voor.
Het valt me op dat elk personeelslid een mobiele telefoon heeft en een kaart waarmee je elke deur apart open moet doen. Tijdens mijn bezoek blijkt dat ze voortdurend checken of kinderen ook echt zijn waar ze moeten zijn en dat het team op de hoogte is van wat er op elk moment gebeurt. In de kleine klas die ik bezoek zitten ongeveer 14 leerlingen, van een jaar of 12 tot 16. Ik kom een stagiair bezoeken. De leerlingen zijn druk, mijn bezoek is van tevoren aangekondigd. ‘Als hij (dat ben ik dus) niet aardig is, juf, dan..! Haar leerlingen zullen de juf wel eens even laten zien dat bezoekers respect moeten hebben voor haar. 
Een aantal leerlingen roept ‘Dag meneer’ als ik binnenkom, één jongen komt me een hand geven. Wat me opvalt: een jongen met capuchon op, een met een zonnebril, een meisje met een koptelefoon op. Het lijkt op een scene uit zo’n Amerikaanse film over een school in een probleemwijk. Nadat nog een keer uitgelegd is wie ik ben, gaat de les van start. De leerlingen zijn druk, sommige praten met elkaar of zitten omgedraaid, andere roepen door de klas. Het lijkt alsof niemand echt oplet, maar dat blijkt schijn: ze weten uitstekend wat er gevraagd wordt. Een leerling die mag uitleggen wat evolutie is, doet dat. De rest luistert ineens aandachtig. Er komt geen flauw commentaar. De les gaat verder, na een korte bespreking van de evolutie van de telefoon (ze kijken hun ogen uit) en een filmpje uit 1998 waarin mensen uit leggen waarom ze geen mobiel nodig hebben (de klas ligt in een deuk en kijkt vol afgrijzen), mogen ze foto’s gaan maken zonder mobiel, maar met een ouderwetse camera (waarvan de foto’s later ontwikkeld moeten worden, maar dat weten ze nog niet). Tijdens het filmpje praat de leerkracht zachtjes met een meisje dat nog niet voor langere tijd in de klas kan zitten.  Het gaat erover of ze mee kan doen. Het lijkt er eerst op van niet, maar even later zit ze op te letten. Vandaag zal ze voor het eerst de hele les meemaken.
 De groepen gaan voor het eerst zelfstandig naar buiten (wel op het terrein van de school en de woongroepen). Spannend voor de leerkracht en een feest voor deze leerlingen, die genieten van het vertrouwen dat hun juf in hen heeft. Als de leerlingen op het terrein bezig zijn, maken we een rondje langs alle groepen. We komen toevallig een leerling tegen, die op weg is naar een groepje. ‘Gaat het M?’ vraagt de leerkracht. Het meisje, een grote meid van een jaar of 15 schat ik, leeft op. Haar ogen stralen en ze maakt duidelijk contact met de juf. Dit meisje is overduidelijk blij met een juf die haar ‘ziet.’
Het is prachtig om te zien hoe enthousiast deze leerlingen aan de opdracht werken. Als we weer naar binnen moeten, lokt een van de meisjes de eenden die op het terrein lopen, achter zich aan door brood te strooien. Als een grote moedereend loopt ze met de eenden achter zich aan naar binnen: met de eenden en al. Dat geeft natuurlijk behoorlijk wat roering bij de anderen. ‘Ze heeft iets met dieren’ zeggen andere leerlingen. Als ik de deur openhoud voor een leerling, komt er weer een keurig ‘Dank u wel meneer.’
Terug in de klas, moeten de leerlingen uitzoeken hoe het nu verder moet met die foto’s.  En hoe lastig het was om niet meteen te kunnen zien of ze gelukt zijn. Een meisje vraagt hoe ze nu geprint moeten worden. Ze komen er niet meteen uit, maar uiteindelijk vallen de woorden Hema en Kruitvat waar je ze kunt laten afdrukken. De juf belooft dat te doen. ‘Maar er moeten er wel 2, want wij waren samen!’ Ze zorgen best voor elkaar.
De les is klaar, de leerkracht vertelt dat ze met mij een gesprek heeft en dat meester M. komt. De klas wordt ineens veel drukker. Bij het meisje dat nog niet goed in de klas kan blijven ontstaat duidelijk paniek. ‘Waar gaat u heen, waar gaat u heen en wij dan?’ De leerkracht loopt naar haar terug en spreekt zachtjes af dat zij even bij mag komen in de aula, dat dat misschien beter is en dat het zo goed is dat ze de hele les erbij was. Als we de klas uitlopen, komt er weer een jongen naar me toe: 'Bedankt voor uw bezoek, meneer.' 'Jij bedankt voor de gezelligheid!'
Als wij in gesprek zijn, komt het meisje van net naar het kamertje: ‘Ik ga hem echt slaan hoor!’ zegt ze. Ze wil het niet, maar zonder de steun van de juf zou ze het wel doen. De leerkracht loopt mee, ze stelt haar op haar gemak en komt meteen met haar terug. ‘M. gaat ons een rondleiding geven’, zegt ze. ‘Dat kan ze echt heel goed.’ ‘Nee hoor, dat weet ik niet’,  zegt M. duidelijk verlegen. Maar ze doet het wel. En goed ook. Ze legt alles duidelijk en rustig uit, beantwoordt mijn vragen en is een supergids. ‘Dat doe je echt heel goed’ zeg ik tegen haar. ‘Dit kan je echt goed!’ Ze bedankt me, zichtbaar blij met het compliment en duidelijk verlegen onder die positieve aandacht. Tijdens haar rondleiding komen we bij de techniek werkplaats. Een jongen van een jaar of 12 komt een hand geven en legt uit wat ze daar allemaal maken. Ook hij is enthousiast en doet het echt leuk. Ook hij is zichtbaar blij met mijn bedankje.

Dit is #Dreamschool, maar dan echt. Zonder camera’s, zonder bekende Nederlanders uit de showbusiness of het zakenleven. Dit is Dreamschool zonder extra zak geld, maar met bevlogen leerkrachten. Met beschadigde kinderen, die vaak alleen maar negativiteit kennen in hun leven. Met kinderen die het geloof in zichzelf en anderen verloren hebben, maar die dat hier bij leerkrachten zoals deze, stukje bij beetje terugkrijgen. Bijna niemand die dit ziet, bijna niemand die dit weet, maar hier wordt veel goeds gedaan. Hier wordt weer vertrouwen in eigen kunnen gegeven aan ernstig beschadigde kinderen. Kinderen die, dat merk je aan alles, hunkeren naar positieve aandacht, ook al uit zich dat soms in negatief gedrag. En hier, hier krijgen ze dat.
Als ik in de stromende regen naar mijn auto loop, kom ik een groepje oudere leerlingen tegen. Allemaal hebben ze een paraplu. ‘Dag meneer’ ‘Hoi mannen!’ ‘Ik heb deze!’ Eén van de jongens wijst op zijn paraplu. ‘Veel handiger. Zal ik even met u meelopen naar uw auto?’ 
Ik weet ineens weer heel duidelijk waarom ik in het onderwijs werk.