Over mij

Mijn foto
Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit bijna 40 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl
Posts tonen met het label de traumasensitieve school. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de traumasensitieve school. Alle posts tonen

vrijdag 27 oktober 2023

Toxische schaamte


 Toxische schaamte

In de koffer van een getraumatiseerd kind zit vaak ook schaamte. Schaamte gaat dieper dan schuld. Bij schuld heb je iets verkeerds gedaan, bij schaamte ben je verkeerd. Kinderen die op jonge leeftijd trauma(’s) hebben ervaren en daardoor onveilig gehecht zijn, hebben toxische schaamtegevoelens. Dit is het gevolg van een ernstig beschadigd, zo niet vernietigd, zelfbeeld ‘ik ben slecht, ik ben niet de moeite waard, ik ben een fout.’ 22,23 Daardoor worden de emoties hopeloosheid en machte- loosheid getriggerd. Dat is een zeer onplezierig gevoel. Schaamte is de krachtige en pijnlijke emotie die gevoelens van waardeloosheid, onbetamelijkheid, machteloosheid, ongemak en walging over zichzelf combineert.
Schaamte is desastreuzer dan schuld. Bij schuld gaat het om gedrag dat niet deugt; bij schaamte gaat het om het ‘zelf’ dat niet deugt. Daardoor heeft schaamte een diep beschadigend langetermijneffect op het zelfbeeld van het kind. Het kind walgt van zichzelf, terwijl het niet precies weet waarom. Wat deze kinderen daardoor vaak ontwikkelen is ‘een schild tegen schaamte’.24 Het kind reageert met een overreactie aan emoties zoals: ontkenning, kleineren, anderen de schuld geven en woedeaanvallen. Vervolgens verliest de leerling het overzicht, kan niet meer reflecteren en kan niet tot oplossingen komen. De hopeloosheid en machteloosheid, de emoties die door de toxische schaamte worden getriggerd, nemen de regie over.
Het is van belang te onderkennen dat onder die schaamte de vaak onbekende en ongekende woede zit. Leerkrachten die getuige of het mikpunt zijn van de reacties van de leerling, raken vaak zelf ontregeld en verliezen daarmee ook hun reflectievermogen.25 Omdat schaamte gaat over wie je bent en niet over wat je doet, is het moeilijk te beïnvloeden. Wat op lange termijn helpt is het opdoen van positieve ervaringen in relatie met een voorspelbare, betrokken volwassene (bijvoorbeeld de leerkracht).26

Vandaag kwam de achtste druk/oplage van Horeweg, A. (2018). De traumasensitieve school uit. Ik wil alle onderwijscollega's die zich verdiepen in traumasensitief onderwijs bedanken. #onderwijs #traumasensitiefonderwijs #traumasensitieveschool #ace #gedrag Anton Horeweg 👨‍🏫 Uitgeverij LannooCampus

  Noten:
  19(Grietens, 2017)
   20 (Lamers, 2015)
   21 (Hughes, 1998)
   22 (Hughes, 2014)
23 (Golding & Hughes, 2012) 
24 (Golding & Hughes, 2012)
25 (Jong, de, 2014)                     
26 (Coppens e.a., 2021) 

zaterdag 5 augustus 2023

Musab

 ‘Jongens en meisjes, dit is Musab, hij komt bij ons in de klas.’

Naast mij stond een vrij stoere jongen. Uitdagend keek hij de klas in, helemaal niet timide, zoals de meeste kinderen die zomaar ergens in een vreemde klas gedropt worden.

Ik wees hem zijn plek aan en gaf hem zijn spullen. De eerste dag keek Musab vooral rond. Werken deed hij nauwelijks. Dat snapte ik wel, ook al keek hij stoer en uitdagend, hij moest vast nog wennen aan zijn klas. Toen we tegen drie uur de klas gingen opruimen kwam Manon klagen: ‘Meester, Musab schopt me zomaar.’ ‘Zomaar?’ echode ik. ‘Jij deed niets?’

Manon verzekerde me dat ze echt niets had gedaan. Ze leek oprecht. Ik vond haar ook geen meisje dat dit soort dingen zou verzinnen. Ik stelde haar gerust en vertelde dat ik op Musab zou letten. De dagen erna regende het klachten over Musab. Schijnbaar uit het niets schopte, kneep en sloeg hij. Soms zag ik het gebeuren, maar vaker helemaal niet. Musab werd ook snel drukker. Hij had commentaar op van alles en nog wat, wilde graag zaken regelen die ik liever zelf regelde en wilde ook voor de kinderen wel bepalen wat zij moesten doen.

Zo te zien lag de kracht van Musab in het controleren van zijn omgeving. Hij deed er in ieder geval verwoede pogingen toe. Omdat Musab een kop groter was dan de meeste kinderen, begon de situatie toch wel vervelende vormen aan te nemen. Sommige kinderen waren duidelijk bang voor hem. Ik besloot met hem te praten, maar helaas had Musab besloten om dat niet met mij te doen. Hij had geen problemen, hij had mij niet nodig, want hij kon prima op zichzelf passen en de andere kinderen moesten niet zo zeuren. Hij deed immers niets? Welke pedagogische trucjes ik ook probeerde in het gesprek, ik stuitte op een muur van ‘Weet ik niet’, ‘Hoe moet ik dat weten?’ en stilzwijgen.

Toen Musab weg was naar huis, zat ik nog een tijd lang voor me uit te staren. Hoe help je een kind dat niet geholpen lijkt te willen worden?

Eerst maar alle zaken eens op een rijtje gezet dan. Musab kwam uit Eritrea. Zijn ouders waren gevlucht voor het bewind daar en waren via een lange tocht door Afrika uiteindelijk met een bootje de Middellandse Zee overgestoken, samen met nog tweehonderd anderen in datzelfde bootje. Onderweg hadden ze mensen zien doodgaan en hun tocht door Afrika was ook een zware tocht geweest. Musab was dus weggerukt van huis, vrienden en familie, had geweld meegemaakt en had zelf ook moeten lijden tijdens de zware tocht. Daarna had het gezin in een vluchtelingenkamp gezeten, waaruit ze uiteindelijk vertrokken waren, om ten slotte te eindigen in Ter Apel. Vanuit daar hadden ze nog op drie andere plekken gezeten, voor Musabs tocht op onze school eindigde. Voorlopig dan. Al die onzekerheid … Geen wonder dat je als kind de boel wilt regelen. Elke beetje houvast is welkom.

Ik besloot Musab om te beginnen een andere plek in de klas te geven. Achteraan, met mooi overzicht over de groep. Niemand achter hem, alleen vóór hem. Ik zette hem naast Alex, een beer van een jongen die de goedheid zelve was. Hopelijk zou zijn kalme gemoed ook uitstralen naar Musab. Daarnaast gaf ik Musab de verantwoordelijkheid over een paar taken die in de klas gedaan moesten worden: hij mocht mijn oerwoud aan planten beheren en verzorgen en de whitebordjes en stiften uitdelen. Verder paste ik mijn uitleg aan en vertelde vaker wat er ging komen. Heel langzaam leek er iets te veranderen in het gedrag van Musab. De kleine stukjes controle die hij kreeg, leken hem goed te doen. Op de een of andere manier had Alex ook invloed op hem, Musab sloeg niet of nauwelijks meer andere kinderen. Zich bemoeien met van alles en nog wat met de bedoeling de zaken naar zijn hand te zetten deed hij nog wel. Ik besloot er maar eens een aantal gesprekken in de klas over te houden.

‘Hoe beslissen wij in deze klas wat we gaan doen?’ En vooral: ‘Wat doe je als iemand de baas wil spelen?’ Uit die gesprekken kwam uiteindelijk naar voren dat de groep kon helpen. Iemand die zijn zin wil doordrijven, kan gestopt worden door de rest van de klas: ‘Als we besluiten dat we iets zo en zo doen en één iemand wil dat niet, dan kan hij op dat moment niet meedoen. Natuurlijk is hij meteen welkom als hij volgens de gemaakte afspraken wil meedoen.’

Het leidde in de weken erna tot een vaak boze en verbaasde Musab, die merkte dat grote groepen kinderen niet deden wat hij op dat moment wilde. Op die momenten probeerde ik in de buurt te zijn en praatte ik met hem over hoe je met groepen niet altijd precies kan doen wat je zelf wilt. Op zo’n moment mag je zelf kiezen: je doet niet mee, of je doet mee volgens de regels van de anderen. Jij bent de baas over jou, dus dat bepaal jij helemaal zelf. Over dat laatste moest hij hebben nagedacht, want een paar dagen later kwam hij vertellen dat hij besloten had om toch mee te doen op momenten dat de klas niet koos voor wat hij wilde. ‘Ik heb bepaald dat dat toch leuker is’, zei hij ernstig.


Bron: Horeweg, A. (2018, 2024). De traumasensitieve school. Anders kijken naar gedrag. LannooCampus.

 

 

 

 

 

 


zondag 9 juli 2023

We trekken aan de verkeerde kant van het gras.

 


Disclaimer: Ik ben een hoogopgeleide, witte man die makkelijk praten heeft.

Ik ga je deze raadselachtige zinnen allebei uitleggen. Ze houden verband met elkaar en ook weer niet, dat het maar duidelijk mag zijn.  Het onderwijspeil daalt al jaren, dat is geen nieuws, maar wel reden tot zorg. De voor nu aangedragen oplossing: meer aandacht voor de basisvakken, taal, lezen en rekenen. Op zich niets mis mee, want vergis je niet, er wordt op school wat tijd verspild aan onzinnige bezigheden. U weet wel zaken als ‘Leer je smeren met zonnebrand’ ’Week van het beleggen’(Ja echt!), maar ook aan veel zaken die als ‘leuk’ worden betiteld door veel mensen en daarom ‘dus’ echt moeten plaatsvinden. Onderwijskundig gezien niet altijd handig. Voorbeeldje: gratis naar de bioscoop, omdat die geopend wordt. Alsof het onderwijs een entertainmentindustrie is.

Winst (zij het niet direct geldelijk) kan dus worden behaald. Tegelijkertijd ligt de nadruk zeer sterk op het cognitieve. Het gaat slecht met de resultaten dus we moeten meer aandacht aan de cognitieve kant besteden. Drama, zingen, alle vormen van kunst: geen tijd voor, want niet gewaardeerd en later geen brood mee te verdienen, op wat uitzonderingen na. Nee, nog meer nadruk op presteren. Trekken aan dat gras, vooruit moeten we, omhoog! Presteren is je toekomst immers? Voor de (vooral cognitieve) prestaties wijkt al het andere, tot naar mijn idee medemenselijkheid toe, want geen tijd voor. Voorstanders zeggen dit te doen uit liefde voor het kind. Want alleen een hoogopgeleid (vergeef me de uitdrukking) kind, heeft een goede toekomst (met genoeg geld).

En daar heeft die stroming wel een punt. Kansarme kinderen zijn kansarm omdat hun beroep vooralsnog minder geld oplevert. Zonder opleiding ben je in ons land nu eenmaal vrij kansarm. Dat is de realiteit. En ja, er zijn mensen ‘zonder’ opleiding die beter boeren dan ik, maar dat zijn uitzonderingen en dat is niet omdat ik zo goed boer, maar omdat zij waarschijnlijk een talent hadden wat school overbodig maakte. Een meer praktische opleiding wordt in elk geval veel minder gewaardeerd. Soms verbinden we er zelfs een zinnetje aan ‘Hij kon niet zo goed leren dus is hij..(praktisch beroep) geworden. Dat heb ik niet verzonnen. Het is een feit (overigens een belachelijk feit, want als de loodgieter mijn kraan niet maakt heb ik echt een probleem. Dat heeft die loodgieter wel geleerd, iets dat mij nooit gelukt is. Ik kan het zelf niet).

De vraag die telkens bij mij rijst (en daar komt de hoogopgeleide witte man zonder geldzorgen om de hoek kijken) is: worden kinderen hier gelukkig van? Altijd maar presteren op cognitief gebied? Op school nauwelijks ruimte voor kunst en aanverwante vakken? Nauwelijks of geen tijd voor een gesprek met je klas of het nu wel of niet goed is dat iemand zich op sociale media gedraagt als een idioot? Praten over de ethische aspecten van de klimaatcrisis, het feit dat sommige kinderen niet eens te eten hebben of over wat nu eigenlijk naar elkaar omzien betekent? Oog hebben voor kinderen? Kinderen leren oog te hebben voor elkaar? Kan niet, want de resultaten moeten omhoog. ‘We moeten gewoon af van die zesjescultuur en we moeten weer prestaties eisen’ (maar dat deden we al en de wachtlijsten van psychologen staan vol met mensen die zijn afgehaakt in die ratrace).

Ik zou willen dat we op school gewoon goed les konden geven (wat goed is, is een andere discussie), terug gaan naar waar school voor bedoeld is en een zooi zaken overboord gooien. Dus kinderen leren lezen, spellen en rekenen, kennis van de wereld meegeven en een goed mens worden, met compassie voor anderen. Iemand die ervan overtuigd is dat hij of zij er mag zijn zoals hij is en gewaardeerd wordt als mens). Ik zou willen dat we wat minder kinderen vergelijken met elkaar en kinderen leren zichzelf te vergelijken met hun  eerdere zelf en dan zien dat je elke dag wat bijleert. Op elk gebied. Maar ja, ik heb makkelijk praten. Waarom heb ik al eerder uitgelegd.

 

donderdag 8 juni 2023

Trauma en emoties

 

‘Emotional neglect and emotional abuse are extremely devastating experiences for a child’

Dr. A. Talmon. Senior Lecturer, Paul Baerwald School of Social Work and Social Welfare, the Hebrew University of Jerusalem, Israel

Het gaat niet om de stoornis

Een stoornis waar bijna niemand van heeft gehoord en waar de onderzoeken niet voor het oprapen liggen. Alexithymia: het onvermogen om  te weten welke emoties je ervaart en onvermogen om emoties onder woorden te brengen. De resultaten van een groot onderzoek[1] ( N=36000) leveren bevindingen op die van belang kunnen zijn in school.

Voor we naar het onderzoek kijken eerst een aantal begrippen om de context te duiden.

Begrippen

Emoties: Een emotie is een innerlijke beleving of gemoedsbeweging zoals vreugde, angst, boosheid, verdriet en kan door een situatie of gebeurtenis worden opgeroepen.[2]

Als je opgroeit leer je door interactie met je opvoeders emoties herkennen, verwoorden en er op een ‘acceptabele’ manier mee omgaan. Dat wil zeggen dat je niet je spullen sloopt omdat je boos bent op iemand. Dit proces is het proces van emotieregulatie.

Emotieregulatie: Emotieregulatie is een belangrijke psychologische vaardigheid die een rol speelt bij het bevorderen van mentale gezondheid, sociale interacties en het vermogen om aan te passen aan veranderende omgevingsomstandigheden.[3] Het is een actieve en bewuste inspanning om emoties te ervaren, te interpreteren, te uiten en te sturen.

Kinderen die opgroeien in onveilige gezinnen, krijgen soms te maken met specifieke vormen van kindermishandeling (die vaak in combinatie voorkomen). Zo komen emotionele verwaarlozing en fysieke verwaarlozing vaak samen voor. Twee ervan lijken een duidelijke rol te spelen in het onvermogen emoties te duiden of te voelen, een derde lijkt ook een rol te spelen.

Emotionele verwaarlozing

Emotionele verwaarlozing treedt op wanneer zorgverleners niet voorzien in de emotionele behoeften van een kind, waaronder veiligheid en comfort. Er leeft niemand mee bij leuke dingen, niemand troost het kind als het verdrietig is.

Emotionele mishandeling

Emotioneel misbruik vindt plaats wanneer zorgverleners kinderen belachelijk maken, kleineren of de schuld geven, waardoor ze verantwoordelijk worden voor problemen in het huishouden of de verzorger. “Was jij maar nooit geboren’ of ‘Je was een ongelukje’ en dat soort uitspraken is waar deze kinderen mee te maken hebben.

Lichamelijke verwaarlozing: Het kind krijgt niet voldoende te eten, kleding of leeft in slechte hygiënische omstandigheden.

Het onderzoek

Onderzoekers onthullen een correlatie tussen alexithymie (moeite met het identificeren en beschrijven van emoties) en verschillende vormen van kindermishandeling, met name emotionele verwaarlozing, emotionele mishandeling en lichamelijke verwaarlozing.[4] [5]

Emotionele verwaarlozing en fysieke verwaarlozing komen vaak samen voor. Jongens kampen hier vaker met dit probleem dan meisjes, 13% tegen 7%. Deze kinderen hebben dus moeite om de vraag ‘Hoe voel je je?’ te beantwoorden.

Mogelijke oorzaken

In gezinnen waar kindermishandeling voorkomt, worden emoties vaak niet besproken en weggedrukt of op een ‘overdreven’ manier geuit. Mishandelde kinderen missen vaak positieve modellen het omgaan met emoties.[6] [7] Het ervaren van meer negatieve emotie in combinatie met het ontvangen van minder gezonde voorbeelden van emotie-ervaring en -expressie kan leiden tot tekorten in emotioneel bewustzijn en expressie.

Kinderen die opgroeien in gewelddadige of verwaarloosde gezinnen kunnen een gevoel van machteloosheid ontwikkelen dat ‘negatieve’ emoties oproept.[8]

School kan een positieve rol spelen

Hoe gaat het met jou? Hoe voel je je? vragen die we in een traumasensitieve school vaker stellen. De bevindingen  uit het onderzoek geven aan hoe belangrijk aandacht geven aan SEL (herkennen emoties, woorden leren die emoties uitdrukken, enz.) is. Voordat je kunt werken aan het reguleren van je gevoel, moet je eerst je gevoel begrijpen en herkennen.[9] Emoties helpen ons te handelen, beslissingen te nemen en anderen te begrijpen. Emoties helpen andere mensen ons ook te begrijpen.[10]

Masterclass traumasensitieve school

In onze masterclass traumasensitieve school gaan we onder andere in op SEL en emotieregulatie.

Meer informatie of inschrijven? 20 september 2023. https://tinyurl.com/b4jdeauu

 

 



[1] Ditzer, J., Wong, E. Y., Modi, R. N., Behnke, M., Gross, J. J., & Talmon, A. (2023). Child maltreatment and alexithymia: A meta-analytic review. Psychological Bulletin. Advance online publication. https://doi.org/10.1037/bul0000391

[3] Burns, E. E., Jackson, J. L., & Harding, H. G. (2010). Child maltreatment, emotion regulation, and posttraumatic stress: The impact of emotional abuse. Journal of Aggression, Maltreatment & Trauma, 19(8), 801-819.

[4] Khan, A. N., & Jaffee, S. R. (2022). Alexithymia in individuals maltreated as children and adolescents: a meta‐analysis. Journal of child psychology and psychiatry, 63(9), 963-972.

[5] Ditzer, J., Wong, E. Y., Modi, R. N., Behnke, M., Gross, J. J., & Talmon, A. (2023). Child maltreatment and alexithymia: A meta-analytic review. Psychological Bulletin.

[6] Moriguchi, Y., Ohnishi, T., Lane, R. D., Maeda, M., Mori, T., Nemoto, K.,Matsuda, H., & Komaki, G. (2006). Impaired self-awareness and theory of mind: An fMRI study of mentalizing in alexithymia.NeuroImage,32(3),1472–1482.https://doi.org/10.1016/j.neuroimage.2006.04.186

[7] De Young, A. C., Kenardy, J. A., & Cobham, V. E. (2011). Trauma in early childhood: A neglected population. Clinical Child and Family PsychologyReview,14(3), 231–250.https://doi.org/10.1007/s10567-011-0094-3

[8] Katz, C. (2013). The narratives of abused children who have survived attempted filicide. Child Abuse & Neglect,37(10), 762–770.https://doi.org/10.1016/j.chiabu.2013.04.015

[9] Alexithymia & Childhood Trauma: Unraveling The Mysterious Connection, juni 2023. Neuroscience News. https://tinyurl.com/23hc5c4u Verkregen op 08-06-2023.

[10] Shariff, A. F., & Tracy, J. L. (2011). What are emotion expressions for? Current Directions in Psychological Science, 20(6), 395–399. https://doi.org/10.1177/0963721411424739