Over mij

Mijn foto
Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit bijna 40 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl

maandag 25 april 2022

Kindermishandeling bespreekbaar maken. Moet dat zo nodig?

 

 

Kindermishandeling bespreekbaar maken in je klas.

 

Het moet

Ik denk dat het moet. Hoe ongemakkelijk dit onderwerp ook is, de cijfers over het voorkomen van kindermishandeling en seksueel misbruik blijven schrikbarend hoog.[1]  Kinderen en jongeren die dergelijke gebeurtenissen overkomt, hebben te maken met levenslange consequenties.[2]

Er zitten dus kinderen in de knel. Dat kunnen we niet voorkomen, maar misschien kunnen we het aantal wel beperken. Bespreken draagt namelijk bij aan disclosure.[3] [4] Bovendien vergroot het de veerkracht.[5]

Een betere uitleg

Ik stelde ooit dat kinderen een aantal zaken niet weten omdat ze geen referentiekader hebben. Ze weten dus niet wat hen aangedaan wordt, niet normaal is.[6] In een recente podcast komt dit ter sprake en het blijkt dat ik dit beter moet uitleggen. Kinderen hebben het idee dat het normaal is wat hun aangedaan wordt: hun ouders houden immers van ze? Het moet dus wel iets zijn dat gewoon is, uit liefde gedaan wordt (dat zeggen daders soms ook tegen kinderen), bij de opvoeding hoort, of komt omdat ze een slecht kind zijn, dat dit verdient. Deze misvattingen komen door een gebrek aan referentiekader. Dus: ‘Ze weten het niet’ moet je ook opvatten als ‘Ze kunnen het niet goed plaatsen.’ Een aantal interviews met ‘kinderen van weleer’ bevestigden dit, waarbij aangetekend moet worden dat ik toevallig net die kinderen trof die dit dachten en dat andere kinderen misschien precies weten hoe de vork in de steel zit.

Zo zegt Angélique van Deursen, auteur van o.a. Het duivelskind het volgende: ‘Als kind wist ik niet dat ik mishandeld werd, misbruikt werd, verwaarloosd werd, geestelijk mishandeld werd. Voor mij was het gewoon en vooral ik wist zeker dat het allemaal mijn eigen schuld was.’

 

Een andere auteur, die schreef over de door haar meegemaakte ellende, Angelique de Rijk schrijft: ’Te horen krijgen dat het niet normaal is wat er met me gebeurde en dat het niet mijn schuld is!’

 

Jason Bhugwandass (u weet wel, die jongeman die strijdt voor afschaffen van de gesloten jeugdzorg) : ‘Als kind had ik nooit door wat de ernst was.’

 

Nina Blom, auteur van Je bent een verschrikkelijk kind hierover: ‘Want als je niet beter weet dat de thuissituatie onveilig is, dan weet je ook niet dat het niet normaal is. Je weet als kind wel te overleven en je voelt je ontzettend verdrietig en eenzaam en angstig vooral, maar weet je ook dat het niet jouw schuld is? Nee, dat weet je niet.

 

Schuld

Dat brengt mij bij een volgend punt waarom bespreken nodig is: Kinderen denken dat het door henzelf komt. Zelfs als ze ‘doorhebben’ dat er iets niet klopt, denken ze dat de oorzaak bij henzelf ligt. Iemand moet ze uit die nare droom helpen en goed duidelijk maken dat wat hen is aangedaan nooit hun schuld is.

Ik ben de enige

Bijna alle kinderen denken dat ze de enige zijn: Veel kinderen weten niet, dat het ook veel andere kinderen overkomt. Dat kun je ook niet weten, want die andere kinderen praten  er om dezelfde redenen niet over. Wel blijkt dat het voor kinderen een enorme  opluchting is als ze weten dat dit ook bij anderen gebeurt.

Zo zegt Kim Koumans, professioneel danser en choreografe en onthuller van dossier dansmisbruik (over misbruik in de danswereld) hierover: ‘Ik had graag willen weten dat ik dit niet als enige doorging en dat het niet mijn schuld was.’

 

Ik denk dat er iets niet klopt

Het besef dat er iets niet klopt, ontstaat soms, maar zeker niet altijd, rond een jaar of negen, tien. De leeftijd waarop het misbruik of de mishandeling plaats vinden speelt ook mee. In absolute aantallen is de categorie 8 tot 12 jaar de grootste, maar in relatie tot de totale bevolking de categorie 0 tot drie jaar.[7] In de VS is de categorie zeer jonge kinderen ook het grootst[8], voor Nederland heb ik geen cijfers kunnen vinden. Deze zeer jongere kinderen hebben uiteraard geen idee wat hen overkomt, dat kunnen ze niet plaatsen.

Lana B. (Vicky Bergman), auteur van Doorbroken taboes, schrijft hierover: Ik wilde dat ik dit geweten had, voordat ik dit allemaal meegemaakt en verwerkt had. Dat ik geweten had dat ik niet de enige was.’ (p89)

 

 

En ook Kim van Laar, oprichter en directeur van Team Kim schrijft:  ‘Ik heb namelijk heel lang gedacht dat wat ik thuis meemaakte, mijn schuld was en daar heb ik best lang last van gehad.’

(in het voorwoord  van Dit is een verschrikkelijk boek met een gouden boodschap)

 

Ik weet dat het niet klopt. En dan?

Stel dat je als kind wel hebt ontdekt dat wat jou overkomt niet goed is. Wat doe je dan? Hoe kun je dat weten? De dader gaat het je niet vertellen. Wie dan wel? Ik denk toch iemand op school (en het komt er inderdaad ook nog bij). Omdat het een lastig te bespreken onderwerp is, met mogelijk directe of indirecte gevolgen, moet je dat goed voorbereiden. Je moet ook niet verwachten dat kinderen praten over wat hun overkomt. En aandringen moet je denk ik al helemaal niet. Kinderen worden bedreigd om hun te laten zwijgen. Daders schilderen de verschrikkelijkste scenario’s als een kind toch gaat praten. Lees daarvoor het artikel van Bicanic en De Jong.[9]

Drempel wegnemen

Het in zijn algemeenheid bespreken van dit onderwerp draagt wel bij aan het verlangen van de drempel om met verhalen over misbruik of mishandeling naar buiten te komen. Uit onderzoek van Hoefnagels, e.a.[10] blijkt dat 47% van de kinderen twijfelt of klasgenoten wel op dit soort verhalen zitten te wachten en of je het onderwerp kunt bespreken. 11% Denkt te weten van niet. Het is belangrijk de drempel weg te nemen. Zoals de Jongeren Taskforce van Augeo aangaf in hun rapport: ‘Elk kind zou op school het nummer van de kindertelefoon moeten krijgen.’[11]

Positieve uitkomsten:

Verder heeft bespreekbaar maken van dit onderwerp en weten dat je terecht kunt bij je leerkracht een positief effect.[12]

Kinderen voelden zich opgelucht/beter

Relatie met leerkracht werd beter

Klasgenoten gaven kind meer steun

In 2/3 van de gevallen vermoedde de leerkrachten een verbeterde thuissituatie

 

Alles bij elkaar genoeg redenen om kindermishandeling en andere aces bespreekbaar te maken in je klas.

 

Wat is er zoal aan materiaal ( er is vast nog meer)

 

 



[2] Morgart, K. , Harrison, J.N. , Hoon, A. H. , Wilms-Floet, A. M. (2021).  Adverse childhood experiences and developmental disabilities: risks, resiliency, and policy. Developmental Medicine and Child Neurology, 3 mei 2021, https://doi.org/10.1111/dmcn.14911

[3] C. Hoefnagels, S. Onrust, M. van Rooijen, H. Jonkman, A. van Spanje-Hennes, L.D. Breeman (2021). Changing the classroom climate to lower the threshold for child abuse and neglect self-disclosure: a non-randomized cluster-controlled trial, Children and Youth Services Review, 2021, doi: https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2021.106196.

[4] McElvaney, R., Moore, K., O’Reilly, K., Turner, R., Walsh, B., & Guerin, S. (2020). Child sexual abuse disclosures: Does age make a difference?. Child abuse & neglect, 99, 104121.

[5] Overbeek, M.M., Schipper, J.C. de, Lamers-Winkelman, F. & Schuengel, C. (2013) The effectiveness of a psycho-educational program for child witnesses and victims of Domestic Violence, ZonMW.

[6] Struik, A. (2021). Slapende honden? Wakker maken. een behandelmethode voor chronisch getraumatiseerde kinderen. p.35. Pearson Benelux.

[9] Bicanic, I. & De Jong, A. (2018). Als je het vertelt dan…Verbale dreigementen aan slachtoffers van seksueel misbruik, EMDR Magazine 15.

[10] C. Hoefnagels, S. Onrust, M. van Rooijen, H. Jonkman, A. van Spanje-Hennes, L.D. Breeman (2021). Changing the classroom climate to lower the threshold for child abuse and neglect self-disclosure: a non-randomized cluster-controlled trial, Children and Youth Services Review, 2021, doi: https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2021.106196.

[12] Hoefnagels, C. e.a. (2020). Het benutten van een krachtig signaal. Eindverslag van het onderzoek naar de rol van leerkrachten in het basisonderwijs bij self-disclosure van kindermishandeling: het benutten van een kracht signaal. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

zondag 10 april 2022

'Wat ben je stil? Is er wat?'

 

 

Een stukje over het blije onopvallende kind: nog altijd wordt introversie – zelfs op scholen – beschouwd als een soort ziekte, een afwijking. Men verwart ‘stil en introvert’ al gauw met ongelukkig of chagrijnig.1 En dat is jammer. Er zijn kinderen in je klas die het fijn vinden om ‘vanaf de zijkant’ deel te nemen aan het klassengebeuren. Ze luisteren goed, kijken goed en hebben het naar hun zin. Waar ze soms tegenaan lopen als ze wel aandacht van de leerkracht

krijgen, is een begrijpelijke, maar voor rustige, stille kinderen irritante vraag: ‘Ben je boos? Je bent zo stil?’ ‘Is er wat? Je kijkt zo?’  ‘NEE!! Er is niks. Ik vind het fijn stil te zijn.’ Best jammer, want dat is tot op zekere hoogte nogal kortzichtig. Alsof we bij elke druktemaker moeten zeggen: ‘Wat ben je druk, is er wat?’ of dat hij zich ‘niet zo moet aanstellen en lekker rustig moet komen zitten lezen’.

Laat die stille leerling gewoon lekker in dat hoekje zitten. Rustig, wat bedachtzaam en observerend. Als iedereen anderen gewoon laat zijn wie ze zijn, wordt het een stuk makkelijker, denk ik. Het feit dat je stil bent en geen problemen hebt, betekent natuurlijk niet dat je geen aandacht wil van de leerkracht! Ook als stil kind wil je horen dat je het goed doet.

 Wat jammer is, is dat er meestal minder aandacht terecht komt bij de rustige, soms stille en naar binnen gerichte kinderen. De meerderheid van de stille kinderen wordt vaak ‘vergeten.’2 De stille leerling, oftewel de leerling met internaliserend gedrag, wordt vaak niet gezien.3  Voordat je daar een verkeerd beeld bij krijgt: niet alle stille kinderen zijn zielig. Natuurlijk zijn er kinderen die geen aansluiting vinden of die niet door de klas durven rennen, maar dat wel zouden willen. Er zijn echter ook kinderen die het heerlijk vinden om rustig en beschouwend in je klas te zitten. Zij kunnen zich prima redden in sociale situaties, maar kiezen ervoor die te mijden.4  Ook stille kinderen verdienen aandacht.

 In elke groep dieren (ja, mensen zijn ook dieren) heb je individuen die vooruitrennen, verkennen, durven en doen zonder al te veel na te denken. Zij hebben een functie. Zonder hen zou er niet veel vooruitgang geboekt worden. Voordat de meer terughoudende types in actie komen, is het eten weggerend. Dat enthousiaste, op actie gerichte gedrag heeft ook nadelen: de voorste, snelste durfal legt nogal eens het loodje. De meer behoudende groepsleden van de groep – die eerst alle voors en tegens afwogen, die de beren op de weg zagen en uitschakelden (al was het maar in gedachten) – kwamen misschien niet als eerste aan, maar overleefden het wel.


Sammie, groep 5: ‘Ik vind het leuk op school. Ik leer heel veel. Ik weet eigenlijk ook best veel, maar ik steek nooit mijn vinger op. Dat vind ik niet nodig. Ik weet ook niet waarom. Ik luister liever naar wat andere kinderen zeggen en dan denk ik vaak: dat wist ik ook! en dan word ik blij.’

 Bron: Horeweg, A. (2022). Als je leerling stil is. Huizen Pica.

En in de klas krijgt de voorste, drukste, meest impulsieve leerling vaak als eerste aandacht en als eerste het leuke klusje, maar hij krijgt ook nogal eens een berisping … Als hij al niet naar de gang gebonjourd wordt. De stillere, rustigere kinderen hebben daar nauwelijks last van: de leerkracht is hen al bijna vergeten (ik chargeer soms iets). Als er in je klas alléén maar extraverte kinderen zouden zitten, kom je niet aan lesgeven toe, daar kun je je iets bij voorstellen. Als je alléén introverte kinderen had, kreeg je misschien heel weinig of geen respons op je vragen, of pas na een heel lange bedenktijd. Gelukkig is het fijn dat ze er alle twee zijn, deze archetypes. Dat houdt de boel in evenwicht. Bovendien, niemand is  geheel extravert of introvert. Wel kun je neigen naar een van beide kanten en dat kan ook nog per situatie verschillen. Denk maar eens aan kinderen die thuis het hoogste woord hebben, maar die je op school nauwelijks hoort. Of omgekeerd.

Als je leerling stil is, Anton Horeweg


Anton Horeweg

1. Horeweg, 2022.

2. McCroskey & Daly, 1976. 

3. Van der Ende et al., 2012; Sund et al., 2011.

4. Costa & McCrae, 2006.


donderdag 7 april 2022

Je werk moet wel niveau hebben.

 


Dit keer een epistel dat niet uit de klas komt, maar uit de periferie. Of laat ik het herformuleren: een stukje dat niet uit de klas komt, maar van buiten; het randgebied eromheen. Jaren geleden had ik een discussie op mijn opleiding. Ik schreef een stuk over ADHD. Dat stuk werd erg goed gevonden, maar een week later werd het afgekeurd. Dat is op zich best raar toch? Nou ja, misschien is het niet raar, maar wel heel bijzonder. Het stuk werd alsnog afgekeurd, omdat het ‘te weinig niveau’ had. Er werd mee bedoeld dat ik in Jip en Janneke taal schreef en dat men bij een dergelijke post-hbo opleiding meer verwachtte. In de praktijk kwam het er op neer dat ik moeilijke woorden toevoegde: de inhoud was immers eerst al erg goed bevonden? Ik maakte van hersenhelften ‘hemisferen’ en van ‘Hoe vaak komt het voor’, maakte ik prevalentie, enzo verder. De concessie die ik toen heb gedaan aan begrijpelijkheid, zal ik nooit meer maken. Ik vind het ongelooflijk dat er (hoger opgeleide) mensen zijn, die er bewust voor kiezen om teksten zo ingewikkeld te maken dat sommige anderen ze niet kunnen lezen of begrijpen.

Waar mijn allergie voor dit soort praktijken vandaan komt, kan ik uitleggen. Mijn vak is onderwijzen. Ik doe het al heel lang. En mijn kracht is het ingewikkelde begrijpbaar maken (een superkracht die veel leraren hebben trouwens). Dat betekent niet dat ik vind dat kinderen geen moeilijke woorden hoeven te leren; juist wel, het verrijkt je taal en verbetert je begrip. Maar ik vind ook dat ik de taak heb om alles wat lastig is, begrijpelijk te maken. Allemaal weten we dat niet iedereen even goed leest of het gelezene even goed begrijpt. Je moet dus (!) zorgen dat je tekst zo is geschreven dat de kans groter wordt om door iedereen begrepen te worden.

Onlangs vroeg een projectgroep me om een artikel te schrijven. Het stuk moest een onbekend onderwerp bij iedereen bekend maken. Ze vonden het een mooi artikel en lekker duidelijk. De opdracht was namelijk om korte zinnen van maximaal tien tot vijftien woorden te maken. En dat was nog gelukt ook. Net als jaren geleden, ging het stuk vervolgens naar de deskundigen, die vonden dat de tekst ‘te makkelijk’ was. Verder argumentatie: mensen die ‘lager’ opgeleid zijn, lezen deze site toch niet. Wat zij eigenlijk zeggen: wij willen niet dat mensen die lange zinnen lastig vinden deze site lezen. Deze 'deskundigen' zetten mensen bewust buitenspel. Ik vind dat schokkend. En welke woorden ik er echt bij bedenk, lenen zich niet voor een openbare tekst. U begrijpt dat ik mijn naam niet aan zo’n site verbonden wil zien.

maandag 28 februari 2022

Oorlog in Oekraïne: Praten in je klas? En hoe dan?

 

Oorlog in Oekraïne: Wat vertel je kinderen? Updated 20-03-2022

Door: Anton Horeweg.

Dit artikel is gebaseerd op het artikel War in Oekraïne[4]

Nu we niet meer om het onderwerp ‘oorlog’ heen kunnen omdat het oorlog is in Europa en kinderen hier op social media mee in aanraking komen, is het goed om te bekijken wat we er op school mee ‘moeten.’

 De oorlog is 'overal'

Veel kinderen zullen kennis maken met de verschrikkelijke dingen die een oorlog met zich meebrengt via internet. Op Tiktok, Instagram, facebook, twitter en alle nieuwssites, al of niet Nederlands, zijn beelden te zien van doden, gewonden, raketinslagen en bombardementen op woonhuizen.

Bij voorgaande oorlogen, zoals Afghanistan en Syrië, was er nog het idee dat oorlog in verre landen plaatsvond. Op de kinderen uit voormalig Joegoslavië na, kennen Europese kinderen en jongeren hier de oorlog alleen als een fenomeen ver weg.

Voorkom misvattingen

Kinderen hebben, hoe jonger ze zijn, weinig kennis van de wereld en zullen moeite hebben het nieuws dat ze nu zien, precies te duiden. Ook kunnen ze veel lastiger afstanden inschatten en het risico inschatten of het bij hen ook oorlog wordt. Overigens is die kans, hoewel redelijk klein, ook niet meer ondenkbeeldig. Toch zullen bij kinderen misvatting ontstaan en kan hun fantasie de zaken erger maken dan ze voor ons nu zijn. Door dit alles kunnen sommige kinderen behoorlijk angstig worden.

De oorlog is overal te zien

Vergeet niet dat kinderen merken dat de oorlog op dit moment het nieuws domineert en zelfs corona, waar ze zich ook zorgen over maken heeft verdrongen. Ook horen ze volwassen praten over deze oorlog en merken ze de bezorgdheid van iedereen. Wellicht hebben ze Oekraïense en Russische sporters huilend op tv gezien en zagen ze hun favoriete voetbalclub stelling nemen tegen de oorlog, net als tienduizenden die tegen de oorlog protesteerden in de grote steden van de wereld. Ook zijn de eerste vluchtelingen in ons land aangekomen. Dit alles geeft hun het signaal: het is gevaarlijk aan het worden.

Een klein aantal kinderen heeft bovendien ouders die een oorlog hebben meegemaakt, denk aan mensen uit Servië, Kroatië, Jemen, Syrië, enz. De huidige toestand kan bij die mensen extra spanning en bezorgdheid oproepen, die hun kinderen zullen overnemen.

Wat kun je merken aan kinderen

Uit eerdere oorlogen weten we dat kinderen een grote verscheidenheid aan reacties kunnen laten zien:

·       Ze willen dicht bij hun ouders en broertjes of zusjes blijven

·       Ze willen ‘s nachts het licht aan en de slaapkamerdeur open

·       Heftiger reacties op scheiding van de ouders, bijvoorbeeld als de school begint

·       Slecht slapen, nachtmerries over oorlog

·       In gedachten veel met de oorlog bezig zijn en daardoor zich niet goed kunnen concentreren op school

·       Veel vragen hebben ( en stellen) over de oorlog of de vluchtelingen

·       Veel het nieuws volgen ( wat tot somberheid en angst kan leiden)

·       Hun zorgen in hun spel verwerken (oorlogje spelen)

·       Plezier verliezen en/of sneller geïrriteerd zijn

N   Niet goed meedoen met de les, omdat hun hoofd vol met zorgen of 'oud' leed zit.

 

Gelukkig zijn er ook veel kinderen die ‘nergens last van hebben.’ Zij gaan gewoon door met hun leven als altijd. Zij hebben ook geen interventie nodig. Eigenlijk hoef je hen niet lastig te vallen met de oorlog en vooral je antennes uitsteken en ze in de gaten houden. Voor de kinderen die wel bezorgd of nieuwsgierig zijn, is het goed wel over de oorlog te praten. En de ‘onbezorgde’ kinderen zitten daar natuurlijk bij. Daarover later meer.

 

Uitleg die (ontwikkelings) leeftijd adequaat is

Onderschat niet het ‘kleine potjes, grote oren-effect.’ Kinderen pikken veel op, ook al ze heel jong (5, 6 jaar of zelfs jonger) zijn. Ze verstaan gesproken taal  vaak al beter dan hun eigen spreekvaardigheid is. Ook zien ze vaak al veel op internet en televisie. Ze pikken dus veel op, maar hebben daar wel een volwassene bij nodig die helpt interpreteren. Hun begrip is immers nog beperkt. De uitleg moet dus ‘leeftijdsadequaat’ zijn (waarmee ontwikkelingsleeftijd wordt bedoeld). Kinderen van een jaar of 7 raken uit de fantasiefase. Hun angsten zijn meer gericht op hun eigen omgeving. Ze kunnen bedenken 'Wat als.. (er oorlog komt). Kinderen van ongeveer 9 tot 12 hebben al een ruimere blik op de wereld. Ze ontwikkelen empathie en kunnen zich identificeren met het lot van andere kinderen.

Je zou kunnen bedenken dat je beter niet over de oorlog kunt praten, maar bedenk dat kinderen er wél overpraten met leeftijdsgenoten (die er al evenmin een ‘volwassen begrip’ van hebben). Dit kan leiden tot misverstanden en fantasieën die vooral zorgen voor angst.

 

Praten

Praten over de oorlog dus, ook op school. Gebruik taal die bij hun leeftijd past (maar dat doet elke leerkracht). Als je in gesprek gaat, vraag dan regelmatig kinderen na te vertellen wat er gezegd is. Zo heb je minder kans dat zaken een eigen leven gaan leiden of volledig verkeerd worden begrepen.

Gebruik de kaart van Europa of een wereldkaart om te laten zien waar de oorlog op dit moment plaatsvindt. Leg uit (of laat uitrekenen) hoeveel kilometer dat bij Nederland en Vlaanderen vandaan is en hoe lang het duurt om er met een auto te komen.

Laat de kinderen het gesprek starten: ze hebben vast veel vragen en naar aanleiding daarvan kun jij het gesprek leiden. Als kinderen willen weten waarom het oorlog is kun je onderstaande tekst gebruiken als leidraad.

Het volgende stukje is een globale vertaling van een Engelstalig artikel[1] Tussen haakjes enige toevoegingen als idee om zaken te vereenvoudigen.

In het grote en machtige land Rusland (aanwijzen op de kaart), is eer een president (de baas van Rusland), genaamd Poetin. Rusland heeft een heel groot leger en heel veel meer wapens en soldaten dan het buurland (land dat naast een ander land ligt, denk aan je eigen buren) Oekraïne. Poetin vindt dat Oekraïne eigenlijk bij Rusland hoort. In Oekraïne wonen namelijk ook veel Russen. Hij vindt de regering van Oekraïne ( bazen van Oekraïne) niet goed genoeg en wil daarom een andere regering.

Hij heeft daarom zijn leger naar Oekraïne gestuurd om de president daar weg te krijgen en misschien het land bij Rusland te halen. Nu is het dus oorlog daar. Andere landen zijn bezorgd en bang (net als wij hier in de klas) dat de oorlog zich zal uitbreiden. Misschien wil Poetin ook wel andere landen binnenvallen met zijn tanks en soldaten.

Ook de regeringen van andere landen zijn bezorgd en ze praten veel met elkaar hoe ze Rusland en Poetin kunnen tegenhouden. Op dit moment zijn er landen die Rusland willen straffen. Dat doen ze door te zorgen dat de rijke mensen in Rusland en ook Poetin, niet meer bij hun geld kunnen. Dat noem je een sanctie (straf). Ook mogen andere landen niets meer verkopen aan Rusland, zodat ze geen geld kunnen verdienen (voor de bovenbouw handelsembargo). Op deze manier proberen landen duidelijk te maken aan Poetin dat hij moet stoppen met oorlog voeren. Als hij dat niet doet, spreken ze nog meer sancties af. Ook laten overal in de wereld gewone mensen en regeringsleiders op de een of andere manier zien, dat ze Oekraïne steunen (hebben jullie al gezien hoe?)

 Uiteraard is het bovenstaande maar een suggestie. Het gaat erom de zaken zo duidelijk mogelijk uit te leggen, zonder in te gaan op de verschrikkelijk details van een oorlog. Het kan wel zo zijn, dat sommige kinderen over die ‘details’ beginnen. Ik zou dat afkappen als je met de klas hierover praat, maar wellicht is het goed nog apart te praten met een kind dat die verschrikkingen noemt.

Vragen stellen

Je kunt ook zelf vragen stellen

Wijs Oekraïne en Rusland aan op de kaart:

• Wie is Poetin?  Wie is Zelensky?

• Wat is er aan de hand in Oekraïne?

• Waarom hebben Oekraïne en Rusland ruzie met elkaar?

• Hoe denken de mensen in Oekraïne over de oorlog denk je? Zouden ze bang of boos zijn? En de       mensen in Rusland?

• Hoe voel jij je als je aan de oorlog in Oekraïne denkt? (bang, boos? enz.)?

• Als je iets aan Poetin zou mogen zeggen, wat zou je dan zeggen?

Ga vooral open in gesprek, neem de tijd om alle vragen te beantwoorden, ook als ze een paar keer gesteld worden, want kinderen gebruiken die vragen om gerustgesteld te worden en om de zaken goed te begrijpen.

En als kinderen niet willen of kunnen praten?

Het kan helpend zijn om in expressievakken ook aandacht te besteden aan de oorlog. Door tekeningen, toneel, dans of op welke manier kinderen zich ook maar willen uitdrukken, kunnen ze soms dingen 'zeggen' die niet lukken met taal.

Geruststelling

Onze taak voor nu is kinderen gerust te stellen en uit te leggen dat ze veilig zijn, omdat deze oorlog gelukkig (nog) ver weg is van waar wij wonen. Het is heel erg voor de Oekraïners, maar wij  zijn veilig.

 

Bent u ook bang?

Dit kan zomaar één van de vragen uit de klas zijn. Als volwassene die wellicht ook bezorgd is, mag je dat best vertellen, je bent niet de eerste bezorgde volwassene die ze hebben horen praten over de oorlog. Je kunt vertellen dat je het heel erg vindt voor de mensen daar, die nu misschien wel hun huis kwijt zijn, of moeten vluchten. Benadruk dat veel landen en veel mensen in die landen willen helpen en tegen de oorlog zijn (ook Russen).

 

Les over Rusland en Oekraïne

Voor oudere leerlingen hebben enthousiaste collega’s al een lespakket ontwikkeld, waarmee je wat dieper in kunt gaan op de situatie zoals die nu is. De Universiteit van Utrecht heeft een lespakket voor het VO en MBO ontwikkeld. Je vindt dat lespakket op de verzamelpagina van de LBBO ( Zie link onder aan artikel).

Media

Houd zelf in de gaten wat er op alle media platforms is te zien over de oorlog. Als je met je klas het Jeugdjournaal kijkt, zul je ook daar berichten tegenkomen. Zo was er een reportage over de kinderen in Oekraïne die les krijgen over wapens. https://youtu.be/vyFF_AY_nzc  Sinds de oorlog is uitgebroken komen ze vrijwel elke dag met nieuws uit de Oekraïne. 

Door op te hoogte te zijn, kun je makkelijker inspelen op de misvattingen die (soms snel) kunnen ontstaan. Vraag elke dag even  aan kinderen wat ze gezien, gehoord of gelezen hebben.

 

Ik heb vluchteling in de klas

Bedenk dat als je kinderen uit (voormalige) oorlogsgebieden in de klas hebt, dat deze oorlog een enorme trigger kan zijn.[2] [3] Als kinderen zelf gevaarlijke situaties hebben meegemaakt of gezien, kunnen er nu oude wonden worden opengereten. Wellicht waren de ‘wonden’ nog niet eens dicht. Verzeker ook hier dat deze kinderen veilig zijn en heb begrip voor het feit dat door de grote stress die ze nu meemaken, hun gedrag minder handig kan zijn of dat ze niet goed tot leren kunnen komen.

Ondersteun ze zoveel mogelijk en geef ruimte voor ‘ontlading’ door meer fysieke activiteiten te plannen in de schooldag. Korte onderbrekingen met spel, dans, drama of zingen, zorgen ervoor dat het lichaam en het brein zich even kunnen ontdoen van alle spanning. Door het plezier van de activiteit neemt de spanning ook af.

Vertel kinderen ook dat je er voor ze bent en bij jou terecht kunnen als ze willen praten. Heb er begrip voor als ze in de les wat minder goed opletten, maar ga er niet in mee. 'Sleep' ze weer vriendelijk bij de les. Het is juist fijn als school ook gewoon school is, waar de ellende even ver weg lijkt.

Iets doen

Het kan zijn dat je klas het fijn vindt om echt iets te doen voor de kinderen in Oekraïne of voor de vluchtelingen die deze kant op komen. Bekijk dan met je klas of je bijvoorbeeld in samenspraak met vluchtelingenorganisaties iets kunt doen, of neem contact op met mensen die particuliere initiatieven ontplooien. Ook kun je met je klas geld inzamelen en dat op giro 555 storten.

Samenvattend:

Praat zeker over de oorlog. Kap het niet af met ‘Jij bent te jong om dat te snappen’ of ‘Dat is voor volwassenen.’ Neem vragen serieus, beantwoord ze op ontwikkelingsniveau en stel kinderen gerust: vertel dat ze veilig zijn in ons land, in onze school.

 

Dit artikel is gebaseerd op het artikel War in Oekraïne[4]

Een kopie is te verkrijgen via meesgroep8@hotmail.com

 Handige sites

Oekraïense kinderen hebben (blijkbaar) een account voor onderstaande site (gebruikt tijdens de coronacrisis). Je vindt die site hier https://lms.e-school.net.ua/

De Landelijke Beroepsgroep Begeleiders in het Onderwijs (LBBO) heeft tips verzameld die leraren kunnen gebruiken. Zo is er ook een lesplan Oorlog in Oekraïne voor het voortgezet onderwijs. Je vindt ze HIER.

Gratis schoolboeken in het Oekraïens: https://www.noordhoff.nl/oekraine en  hier (Door Wolter Noordhoff).

De traumasensitieve school


Anton Horeweg,

Leerkracht (MSEN), auteur.



[2] Horeweg, A. (2018). De traumasensitieve school. Anders kijken naar gedragsproblemen in de klas. Tielt: Lannoocampus.

[3] Van Oudheusden, H. (2018). Teaching refugee children. Apollo books.

[4] Dyregrov, A. , Raundalen, M. & Yule, W. (2022). War in Oekraïne- What to tell the children? Klinikk for krisepsychologi, Bergen.

vrijdag 21 januari 2022

Nature (?) vs. nurture

 Het is toch simpel?

‘Niemand mag aan je zitten als jij daar geen toestemming voor geeft.’ Hoe moeilijk kan het zijn? Blijkbaar heel erg moeilijk, gezien de recente onthullingen in de #metoo-affaire, #dossierdansmisbruik en nu de onthullingen bij #TheVoice en zelfs #thevoicekids. Kinderen en jongeren die lastig gevallen, aangerand en zelfs verkracht worden op plaatsen waar machtsverschil is, waar een afhankelijkheidsrelatie bestaat. Het moet te maken hebben met hoe wij opvoeden. Blijkbaar zijn we niet heel erg duidelijk.

Vogelvrij

Zolang jongens en mannen het idee hebben dat meisjes en vrouwen* een soort vrij beschikbaar wild zijn, doen we als opvoeders iets niet goed. Als een deel van je klas een onvoldoende heeft, zeg je ook niet dat die klas ‘gewoon niet wil leren.’ Je gaat kijken wat er aan je uitleg schort. Ik denk dat #educateyoursons een terechte hashtag is. Als jongens en mannen het blijkbaar normaal vinden dat je dicpicks kunt sturen omdat je ‘machtiger’ bent, als je dansers of kandidaten kunt aanranden omdat ze les van je krijgen of door jou gejureerd moeten worden, heeft de opvoeding in ieder geval voor een deel gefaald.

Sletten en stoere jongens

In welwillendheid verpakt komen dan ook de opmerkingen achteraf. 'Als ze het gemeld hadden, dan hadden we..' 'Die vrouwen en meisjes hadden het moeten melden.' 'Ze zeiden geen "nee", dus... HET MOET ANDERSOM. De mannen en jongens die dit doen, zouden geleerd moeten hebben dat ze dit niet in hun hoofd moeten halen.

Het is een beetje wat je terug ziet bij #sexting. Het meisje dat de foto naar haar vriendje stuurt is een slet. De jongens die haar exposen zijn stoer. ‘Goed dat ze die hoer te kijk zetten, had ze dat maar niet moeten doen.  Middelbare scholieren gaven aan hier niet over te praten op school, een recent onderzoek laat zien dat zelfs op de basisschool kinderen al denken dat het meemaken van ingrijpende gebeurtenissen (waartoe je de bovenstaande ook mag rekenen), waarschijnlijk niet besproken mogen worden in de klas, omdat ze twijfelen of hun klasgenoten daarop zitten te wachten. Elf procent denkt zeker te weten dat ze er niet op zitten te wachten. Dat onderzoek ging trouwens of kindermishandeling en seksueel misbruik. We hebben jongens dus iets uit te leggen en te leren, maar misschien ten overvloede: ook de meisjes. Zij moeten leren dat zij (net als jongens) baas zijn over eigen lichaam en van anderen moeten afblijven als die dat willen.

'We' moeten het erover hebben: maar ik niet

Ik denk dat die kinderen gelijk hebben. Niemand zit er op te wachten, behalve als de daders beroemd zijn. Dan wordt er vol afschuw geroepen dat ze gestraft moeten worden. Dat moet bij gebleken schuld ook zeker zo zijn, maar dat heet curatief optreden. Wellicht moeten we iets meer op de preventie gaan zitten, zodat veel meisjes en jongens zulk leed bespaard blijft. De mensen waar het nieuws nu bol van staat, zijn niet eens het topje van een ijsberg. Het zijn kruimeltjes ijs. Er zijn onnoemelijk meer ‘naamloze’ daders en slachtoffers. Zij zouden geholpen zijn bij een betere uitdraging van wat gisteren mooi verwoord werd in #Boos. ‘Je blijft met je poten van iemand af die niet wil dat je aan hem zit.’ Grof? Misschien.

Neem je verantwoordelijkheid

Ouders en leraren zijn volgens mij de eerst aangewezenen om duidelijker uit te leggen dat je niet zomaar aan iemand zit. Die taak moeten we volgens mij echt serieuzer nemen, want het gaat te vaak fout. Misschien zit het in de natuur van de mens: als je machtiger bent, neem je wat je wil. Maar wij als samenleving moeten daar tegenwicht aan geven. Opvoeden dus.

* Voor de volledigheid: dit overkomt ook jongens en mannen! 

zondag 16 januari 2022

Toen ik onder mijn steen vandaan kwam

 

Toen ik onder mijn steen vandaan kwam

Het zou ook kunnen dat ik uit een ei kom. Zo voel ik me een beetje. Jeugdzorg en de misstanden, ik volgde ze niet, alleen als een kind op school ermee in aanraking kwam. Wat ik daarbij meestal vond, is dat er gewoon niet genoeg gebeurde (het is ook nooit goed hé?). Het duurde lang voordat kinderen hulp kregen. En met lang bedoel ik zelfs een schooljaar of nog langer.

 De documentaire Goede moeders (al best oud) had ik nooit gezien. Sorry, mijn fout. Ik heb met open mond en soms met tranen in mijn ogen zitten kijken hoe protocollen, miscommunicatie, doorverwijzen en goede bedoelingen elkaar in de weg zitten. Ik heb er geen oplossing voor, het is niet mijn vakgebied. Ik heb er wel een mening over en dat mag. Tenslotte hebben we ook zeventien miljoen bondscoaches en 17 miljoen virologen. Dat er iets niet goed is daar in de jeugdzorg, ondanks alle mensen daar die dat werk met hart en ziel doen, is volgens mij een eufemisme. Het kan toch niet zo zijn, dat al die documentairemakers (die zaken naar mijn weten grondig onderzoeken), het allemaal mis hebben?.

Wanhoopskreet van een moeder

Aanleiding  van dit alles was een mail van een ouder die hulp aan mij vroeg (geen idee waarom, ik weet niks van jeugdzorg), maar die ik wel heb geprobeerd op weg te helpen. Zo kwam ik in een facebook groep met de onheilspellende naam Stop Jeugdzorg, die ondanks de naam, volgens mij erg goed werk doen voor alle mensen die met hun hoofd tegen de muur van bureaucratie en vooringenomen wantrouwen lopen. Wat mij triggerde is dat deze ouder haar uit huis geplaatste jonge kind minder mocht zien. Volgens haar, wilde haar kind haar moeder juist wel zien. Een uit huis geplaatst kind minder zien: Hoe helpt dit het kind?

Eén kant van het verhaal

Ik weet ook wel, dat dit maar één kant van het verhaal is, maar in de documentaire ‘Goede moeders’ zag ik dat een deskundige schreef: ‘Ik wil uitdrukkelijk geen melding doen. Het gaat goed.’ Toch moest die deskundige melding doen, want protocol. Verplicht melden. Ter bescherming van het dan nog ongeboren kind waar dit over ging. Ik snap het. Dat laatste is sarcastisch. Sorry.

We moeten kinderen beschermen als hun ouders verkeerde dingen doen. Maar we moeten ze ook beschermen tegen ander onheil. Ik moest aan Jason denken, zo’n andere schokkende documentaire. En aan Alicia. Waar ik vroeger dacht ‘er zal wel meer aan de hand zijn’, denk ik dat nu toch op een andere manier. Er zal best veel aan de hand zijn, maar wie kijkt er naar de kinderen?

Affaires die allemaal op elkaar lijken

 De handelswijze getoond in Goede moeders, lijkt verdacht veel op de toeslagenaffaire, de bijstandsaffaire  en al die andere affaires waar de overheid en aanverwante instanties alles in protocollen gieten (want veilig en niks aan het toeval overlatend) en daarbij volledig voorbij gaan aan de mens voor wie het protocol bedoeld was.

Geef kinderen een stem

Wat me opviel bij Alicia, Jason en Goede moeders: nergens heeft het kind een stem. Ook in de gevallen die ik persoonlijk ken (en daarom niet als representatief kunnen worden beschouwd, maar misschien ook niet helemaal als toeval) werden kinderen nergens gehoord. Men zegt overal van wel. Het kind heeft daar recht op, dus dat doen we. Maar daar is dus niks (weinig?) van waar.

Schokkend

Wat ik het meest schokkend vond (en dat is een eufemisme) in deze documentaire, is dat kinderen vanuit school ‘ontvoerd’ worden. Je komt als kind nietsvermoedend naar school; een plek die veilig hoort te zijn. En ineens komen er een paar volwassenen die je mee uit logeren nemen. Indefinitely. En als het tegenzit voor altijd. Dat doet men om een scéne te vermijden. Pardon? Je zal het kind maar zijn dat geen afscheid van zijn moeder mag nemen. Dat is traumatiserend en barbaars. Ik heb er geen andere term voor. Uit huis plaatsing is sowieso meestal traumatiserend. Op deze manier denk ik ‘altijd.’

 Parallellen

Wat me verder opviel, is dat er parallellen zijn met het onderwijs. Ik zie partijen uiteindelijk de hakken in het zand zetten. Niemand luistert echt. Het protocol is heilig en veilig. De mens voor wie de veiligheid bedoeld is, wordt uit het oog verloren. Samen iets oplossen is bijzaak geworden. Hulp krijgen is niet langer het doel. Wat het doel dan wel is? Ik weet het werkelijk niet. Wel weet ik, dat de kinderen om wie het gaat, mooi in de aap gelogeerd zijn met zulke volwassenen om zich heen.

Oplossing

Net zoals in het onderwijs erkend moet worden dat schooltrauma bestaat, moeten we denk ik ook gaan erkennen dat er dingen fout gaan in de kinder- en jeugdbescherming. En net zoals we in het onderwijs vaker met kinderen moeten praten, zou dat in de jeugdzorg ook moeten gebeuren. Is dat de oplossing? Welnee. Maar het is wel een voorwaarde. Ik zei al, ik heb geen oplossing. Ik ben geen deskundige. Ik ben gewoon een van de zeventien miljoen jeugdzorgmedewerkers. Tot het voetbal begint: dan word ik weer bondscoach.

 

zondag 14 november 2021

Week tegen kindermishandeling 2021

 

Waarom kindermishandeling bespreken zó nodig is.

Week tegen kindermishandeling: is zo’n week nu wel nodig? Bijna iedereen is toch tegen kindermishandeling? Dat klopt waarschijnlijk, maar desondanks komt kindermishandeling nog heel veel voor.[1] Deze cijfers veranderen eigenlijk nauwelijks. Ze zijn onaanvaardbaar hoog, maar tegelijkertijd heel abstract. Aan kinderen leg ik uit: ‘Dat zijn drie Feijenoordstadions vol.’ Kinderen kijken op zo’n moment ongelovig. De kinderen die gelukkig niets meemaken, kunnen niet geloven dat volwassenen dit laten gebeuren en de kinderen die kindermishandeling en ervaring kennen, zijn verbaasd dat ze niet de enige zijn die dit overkomt.

Waarom praten we er niet over als het zo vaak voorkomt?

Dat vroeg een van mijn leerlingen op zeker moment. Een goede vraag, die lastig te beantwoorden is, want ik ken natuurlijk niet de beweegredenen van iedereen. Ik durf wel te stellen dat we dit onderwerp liever mijden. Het is pijnlijk, niet gezellig en niet ‘hot.’ Bovendien is het ongemakkelijk te beseffen dat een volwassene dit een kind aandoet.

Toch moeten we kindermishandeling bespreekbaar maken.

Ik zal proberen uit te leggen, waarom bespreekbaar maken zo belangrijk is. Hieronder de veronderstellingen van kinderen die mishandeld en seksueel misbruikt worden.

Ik ben de enige

Ik verdien dit

Alle ouders doen zo

Het is mijn schuld

Ik schaam me

Dit is overal zo

Dat zijn geen uitspraken die ik verzonnen heb. Ze blijken telkens weer.

Een paar voorbeelden van voorvechters om kindermishandeling bespreekbaar te maken. U kent ze vast al. 

‘…Ik heb namelijk heel lang gedacht dat wat ik thuis meemaakte, mijn schuld was en daar heb ik best lang last van gehad.’

Kim van Laar, directeur Team-Kim.

‘Ik wilde dat ik dit geweten had, voordat ik dit allemaal meegemaakt en verwerkt had. Dat ik geweten had dat ik niet de enige was.’

Lana Bergman, auteur  Doorbroken taboes.

‘… dan weet je ook niet dat het niet normaal is. Je voelt je ontzettend verdrietig en eenzaam en angstig…

Nina Blom, auteur Je bent een verschrikkelijk kind.

‘Als kind wist ik niet dat ik mishandeld werd, misbruikt werd, verwaarloosd werd, geestelijk mishandeld werd. Voor mij was het gewoon en vooral ik wist zeker dat het allemaal mijn eigen schuld was.’

Angélique van Deursen, auteur Het duivelskind.

 

‘Te horen krijgen dat het niet normaal is wat er met me gebeurde en dat het niet mijn schuld is! Dat ik het ook aan iemand mag vertellen. Dat bevriezen en het uitschakelen van mijn gevoel een overlevingsreactie is. Want hoe weet je als kind dat bepaalde dingen die je overkomen niet normaal zijn? Enkel als het je verteld wordt!’

Angelique Rijk, auteur ‘Onzichtbaar.’

Ik heb zelf heel lang geworsteld met schuld- en schaamtegevoelens door wat ik jaren lang in de danswereld mee maakte, ik had graag willen weten dat ik dit niet als enige doorging en dat het niet mijn schuld was. Ik had dit boek[2] graag als kind willen lezen.’

Kim Koumans, professioneel Danseres & Choreografe

Recht van spreken

Deze ‘kinderen van weleer’ hebben recht van spreken. Het onderwerp moet op de kaart, hoe ongemakkelijk ook. In het onderwijs kun je kiezen uit diverse programma’s.  Die programma’s proberen de drempel te verlagen om in de klas te praten over kindermishandeling. Dit is een verschrikkelijk boek met een gouden boodschap kan daar zeker voor gebruikt worden.[3]

Heeft bespreken zin?

Dat heeft het zeker als je de schrijvers die hierboven geciteerd worden. Ook uit onderzoek blijkt dat dit zin heeft.[4] [5] Ook IvaBicanic zei dat eerder in haar video’s van het CSG.[6]

Wat denken kinderen over bespreekbaar maken?

Uit het onderzoek van Hoefnagels (2021)[7], blijkt dat 47% van de kinderen twijfelt of dit wel besproken kan worden. 11 procent denkt zelfs van niet. Er is dus nog een drempel te slechten!

 

Voorbereiding en nazorg

Bespreek eerst in je team hoe je dit onderwerp gaat aanpakken. Zie voor tips deze bron.[8]

Het is zaak zulke lessen goed voor te bereiden. De meeste programma’s geven handreikingen.[9] Het is goed om op school een vertrouwenspersoon te hebben, waarvan kinderen ook nog weten wie dat is en wat die persoon precies doet (iets wat niet altijd het geval is).

De gouden boodschap die je kinderen moet leren:  Kindermishandeling is nooit de schuld is van een kind.

Begin zo vroeg mogelijk. ‘De grootste effecten hebben programma’s die beginnen bij heel jonge kinderen, blijkt uit ons onderzoek.’ Zo is er voor groep 1 en 2 Schildje.

Zorg dat er nazorg is. Kinderen kunnen heel boos of verdrietig  worden, ook als het hen niet is overkomen, maar bijvoorbeeld een vriendje of vriendinnetje. Beschikbaar zijn voor kinderen die dat willen is erg belangrijk.

Verlaag de drempel: In mijn klas had ik een brievenbus voor de meester en juf. Kinderen die (nog) niet direct iets durfden te melden, konden daar hun briefjes in doen (uiteraard werd daar zeer discreet mee omgegaan en kwam verder niemand aan die brievenbus).

 

Tot slot

Een week is maar een week. Veel meer impact zou het hebben als het onderwerp kindermishandeling vaker terugkomt. Erover praten vergroot de weerbaarheid van kinderen. Ook methodes voor sociaal emotionele ontwikkeling, een fijne klas waar kinderen inzitten (steun van leeftijdgenoten) zijn erg belangrijk. Als je als leerkracht of als school het lastig vindt om dit onderwerp op de kaart te zetten, maar er wel positief tegenoverstaat,neem dan contact op. Ik denk graag met jullie mee.

Als je als school het onderwerp niet expliciet wil bespreken, zorg dan in ieder geval dat kinderen ergens informatie weten te vinden. Het advies van de Augeo Jongeren taskforce: ‘Geef kinderen en jongeren een makkelijke toegang tot concrete tips en handvatten, die hen kunnen helpen om iemand in vertrouwen te nemen. Bijvoorbeeld gesprekstips of voorbeeldzinnen.’[10] Die eenvoudige informatie vinden kinderen op www.hulpbijkindermishandeling.nl



[2] Dit is een verschrikkelijk boek met een gouden boodscha, versie voortgezet onderwijs.

[3] De reviews lees je onder andere hier: https://tinyurl.com/37wdsshm

[4]  Overbeek, M.M., Schipper, J.C. de, Lamers-Winkelman, F. & Schuengel, C. (2013) The effectiveness of a psycho-educational program for child witnesses and victims of Domestic Violence, ZonMW.

[7] C. Hoefnagels, S. Onrust, M. van Rooijen, H. Jonkman, A. van Spanje-Hennes, L.D. Breeman, Changing the classroom climate to lower the threshold for child abuse and neglect self-disclosure: a non-randomized cluster controlled trial, Children and Youth Services Review (2021), doi: https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2021.106196

Dit is een verschrikkelijk boek met een gouden boodschap