Dit verhaal schreef ik eerder voor LMA Magazine
Over mij
- Anton Horeweg Leerkracht gedragsspecialist (M SEN)
- Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit bijna 40 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl
zaterdag 25 juli 2015
Ik ben een beetje irritant
Dit verhaal schreef ik eerder voor LMA Magazine
zaterdag 25 april 2015
Nu ben ik het zat!!
Dit verhaal verscheen eerder in LMA magazine
maandag 20 april 2015
Wat heb ik nu weer gedaan??
Dit verhaal werd geschreven voor !Suzan: http://www.adhdlifestylemagazine.nl/
zondag 22 maart 2015
Een leerling hoort op school, niet thuis. Toch? Over de grenzen van passend onderwijs.
zondag 23 november 2014
Labeldiagnosestigmastoornisetiket
DJ
Vanochtend, toen ik door de klas liep keek ik stiekem naar DJ. Alles aan hem bewoog en het was duidelijk dat hij niet bezig was met de opdracht die hij moest maken. Officieel was hij bezig met taal, officieus was hij aan het nadenken en in het echt was hij gek aan het doen. Stilzitten en lang geconcentreerd nadenken was niet zijn sterkste kant. Ik moest denken aan gisteren toen hij eruit had geflapt dat ik beter moest nadenken. Ik weet niet meer wat ik verkeerd had gedaan op het bord, maar in gedachten zag ik DJ weer grijnzend door de klas lopen, terwijl hij mij fijntjes zei: “Jaaahaa...Je moet wel nadenken voor je iets opschrijft.” De klas had in een deuk gelegen. Ik ook trouwens, hoewel zijn opmerking misschien, als je zijn achtergrond niet kende over het randje zou kunnen zijn geweest. Ik liep naar hem toe. ”DJ, check jij de trap even? Volgens mij is er iets niet goed aan een van de treden. Kijk maar even heel goed. Check en dubbelcheck, weet je wel? DJ begreep de hint en verliet de klas. Door het ruitje in de deur zag ik hem de trap op en neer rennen. Even later kwam hij zachtjes binnen en begon weer aan zijn taal. Nu officieel.
Bram
De rekenles begon. “Jongens doe je spullen in je kastje, pak je rekenboek.” Ik klikte op de timer. Binnen 30 seconden zaten de meeste kinderen klaar. Het spelletje met de timer waren ze nooit zat volgens mij. Uit mijn ooghoek zag ik dat Bram niets van het tumult had gemerkt, laat staan dat hij zijn boek had gepakt. Soms dacht ik dat zoiets onmogelijk was, maar bij Bram bleek elke keer dat dit heel goed mogelijk was. “Bram, heb je me gehoord?” Ik raakte met een vinger zijn schouder aan. “Nee?” zij hij oprecht verbaasd. We gaan taal opbergen. Pak je rekenboek even. Braaf pakte Bram zijn boek. Ik begon de uitleg, er voor zorgend dat ik Bram zijn naam regelmatig noemde, of hem iets liet uitleggen. Hij had unieke oplossingen, die niemand snapte, maar omdat ze wel klopten en hij heel graag vertelde, liet ik hem regelmatig uitleggen wat hij dacht. Vandaag was hij goed bij de les, maar het gebeurde ook vaak dat ik na de instructie meteen een Bram aan mijn tafel had die geen flauw idee had wat hij moest doen. Je zou de neiging kunnen hebben daar geïrriteerd op te reageren, maar in het geval van Bram zou het enige effect zijn dat hij boos of verdrietig werd en geen idee had waarom jij geïrriteerd was. Zijn moeder had me uitgelegd dat hij vaak stukken van een gesprek (of mijn uitleg) miste, ook al deed hij zijn best. Hij miste trouwens ook vaak reacties van andere kinderen. Met de klas hadden we daar al eens over gepraat en sindsdien waren die problemen in ieder geval opgelost; de klas hield er rekening mee, wat overigens best knap is.
Labeldiagnosestigmastoornisetiket
Toen iedereen bezig was, overdacht ik deze twee voorvalletjes. Dat ik zo kon reageren op deze kinderen kwam eigenlijk door iets dat sommige mensen heel verfoeilijk vinden; een 'Labeldiagnosestigmastoornisetiket'. Want zo heet dat als je wilt weten wat kinderen “mankeren.” Volgens mij mis je dan waar het om gaat: kinderen ondersteunen doordat je informatie kunt gebruiken die de wetenschap verzameld heeft, ook al gaat die informatie niet altijd op. Met die informatie kan ik de omgeving en mijn handelen aanpassen. Tenslotte is dat waar het volgens mij om gaat.
Ik vond zo’n Labeldiagnosestigmastoornisetiket juist handig. hierdoor wist ik dat DJ soms even lekker moet rennen en er dingen uitflapt die soms net niet kunnen. En inderdaad, soms kunnen die opmerkingen echt niet, maar soms kun je gewoon ietsje toleranter zijn. En Bram, daarvan wist ik door zijn Labeldiagnosestigmastoornisetiket dat hij zich niet aangesproken voelt als de groep iets moet doen. Dat is geen spelletje van hem, geen aandachtzoekerij.
Dat is een (kleine) beperking. Simpel mee om te gaan. Stel je voor dat ik zijn Labeldiagnosestigmastoornisetiket niet kende, dan werd ik vast elke keer boos op hem. En stel je voor dat de klas zijn “beperking “ (beetje groot woord in dit geval) niet kende; dan lieten ze hem links liggen op den duur. Nu was hij gewoon jongen tussen de jongens. Een Labeldiagnosestigmastoornisetiket is niet altííd onnodig. Wel moet je er voorzichtig mee omgaan. Eigenlijk net zoals je met kinderen omgaat.
Passend onderwijs? Inclusief onderwijs? Gewoon 'onderwijs'?
Kun je deze dingen ook weten zonder DSM? Wellicht. Je kijkt immers naar de onderwijsbehoefte. Het is in mijn ogen het allerbelangrijkst dat je kijkt naar het kind, praat met het kind (en ouders) om te proberen samen zo goed mogelijk door het schooljaar te gaan. Voelen kinderen zich hun diagnose? Zeker. Soms wel. Maar anderen hadden er totaal geen last van: 'Ik ben gewoon een beetje druk, meester.' Is wel of geen DSM een taak voor het onderwijs? Nee. Kijk gewoon naar het kind, gebruik alle informatie die je nuttig vindt en maak er een mooi jaar van.
vrijdag 22 augustus 2014
Paniek in de rekenles
donderdag 24 juli 2014
Knettergek word ik van Bartje! Hij moet van school!
woensdag 2 juli 2014
Nog even en ze zitten allemaal op een skippybal!
woensdag 12 maart 2014
Een kind met autisme in je klas? Duidelijk communiceren!
Wil jij de schriften even uitdelen? Nee!
Het is woensdagochtend half negen. De kinderen druppelen net
binnen. Ook Mark is er al. Op tijd dit keer. Dat is op zich al een unicum. Mark
is meestal wat later, omdat hij het ochtendritueel niet op een andere dan
chaotische manier kan laten verlopen, waardoor er elke morgen veel tijd
verloren gaat. Dit ondanks de checklists die zijn moeder voor hem heeft
gemaakt. Mark heeft autisme en sommige dingen krijgt hij niet altijd zo snel
voor elkaar als zijn leeftijdgenoten. Niet dat hij zijn best niet doet, maar
het lukt gewoon niet. Zijn wat tragere tempo is op school wel eens lastig, maar
de leerkracht vangt dit meestal goed op door de hoeveelheden werk voor Mark wat
aan te passen.
Marks echte probleem is zijn houding. Tenminste, dat vindt
de leerkracht. De communicatie tussen Mark en de leerkracht verloopt vaak wat
stroef. Vandaag is het weer raak. ‘Mark, wil jij de schriften vast even
uitdelen?’ ‘Nee,’ zegt Mark. De leerkracht knippert verbaasd met zijn ogen,
schudt zijn hoofd in ongeloof en herhaalt de vraag. ‘Nee, echt niet,’ zegt Mark
resoluut. Ondertussen is het doodstil geworden in de klas. De kinderen die
eerst geen acht hebben geslagen op de vraag en het daaropvolgende antwoord,
zijn nu muisstil. ‘Pardon Mark???!’ ‘Nee, u hoeft u niet te verontschuldigen
hoor. Het is een normale vraag, maar ik heb nu even geen zin.’ De stilte
verandert nu in ijs… ‘die Mark heeft wel lef,’ fluistert Eveline. ‘Mark, ik
vind je behoorlijk brutaal vandaag. Zou je misschien een beetje kunnen dimmen?’
Mark kijkt niet begrijpend om zich heen. ‘Dimmen?’ ‘Ja, kappen!’ Mark kijkt
steeds verbaasder. Wat zou hij moeten kappen dan? Geen boom te zien hier. Of
bedoelt de meester dat hij moet stoppen ergens mee? Maar hij doet toch al
niets? Mark komt er niet meer uit. Wat kunnen mensen toch onlogisch zijn, denkt
hij bij zichzelf. ‘Ga maar even naar de gang Mark, voor ik ontplof.’ Daar moet
Mark dan wel om grinniken. Mensen kunnen heus niet ontploffen denkt hij. ‘Haal die grijns maar van je gezicht
Mark. Er is nu niets te lachen. Wegwezen maar.’ Zuchtend sloft Mark weer naar
de gang. De vierde keer deze week, denkt hij mistroostig 1.
Wat er hier gebeurt, is iets wat snel kan gebeuren. Een kind
met autisme en een leerkracht die er niet voldoende bij stilstaat, dat de
communicatie snel kan vertroebelen omdat beide partijen elkaar niet goed
begrijpen. De leerkracht geeft Mark een opdracht in vraagvorm. Wij doen dat
vaak om de opdracht wat minder als opdracht te laten klinken. Elk kind weet dat
de vraag eigenlijk geen vraag is en zal de schriften gaan uitdelen. Een kind
met autisme vat deze ‘nep vraag’ op als een echte vraag. En daarop kun je ja of
nee antwoorden. Voor Mark die nog zit bij te komen van zijn snelle start thuis
(iets wat hem veel inspanning kostte), is een “nee” dan ook volkomen logisch.
Toen de leerkracht de vraag herhaalde, dacht Mark dat hij niet duidelijk was
geweest met zijn antwoord. Vervolgens is de leerkracht helemaal verbluft en
zegt daardoor: “Pardon???!’ Hij bedoelde natuurlijk “wat zeg jij nou? Wil je
wel eens heel gauw die schriften gaan uitdelen??” Mark begrijpt er echter uit,
dat de leerkracht zich verontschuldigt, voor het twee keer stellen van zijn
vraag. Zijn antwoord is dan weer volkomen logisch en heel beleefd en
vriendelijk. Vervolgens vervalt de geïrriteerde leerkracht in beeldspraak na
beeldspraak, waardoor Mark er niets meer van snapt. Zijn reacties op het
letterlijk opvatten van de beeldspraak zijn weer volkomen begrijpelijk. En als
Mark dan eindelijk ook een beeldspraak herkent en er om moet grinniken, wordt
dat opgevat als brutaal gedrag. Mark moet weer naar de gang.
Als je communiceert met een kind met autisme, moet je je (meer
dan gewoonlijk) afvragen of je wel duidelijk bent. Geef geen opdrachten in
vraagvorm, maar zeg wat je van het kind verwacht. “Mark, deel de schriften uit
alsjeblieft.” Duidelijk en toch vriendelijk 2.
woensdag 1 januari 2014
Een oase van rust
Een gewone ochtend in groep 8. De kinderen komen binnen, worden bij de deur begroet met een hand en hier en daar een kort praatje of losse opmerking. De meeste kinderen komen vrolijk binnen. Van Sanne kun je dat meestal niet zeggen; ze komt of binnen met een gezicht dat op zeven dagen onweer staat, of ze komt binnen met een gezicht dat uit steen gehouwen lijkt. Niets lees je daaraan af. Op goedemorgen reageert ze alsof het veel moeite kost dat woord eruit te persen.
Vandaag is de stenen Sanne er. Ze zegt goedemorgen, kijkt de leerkracht niet aan en gaat braaf in haar bankje zitten. Ze zit achteraan in de klas, met haar rug naar de muur, zodanig dat er niemand achterlangs kan lopen. Vanaf haar plekje heeft ze overzicht over de hele groep. Dat ze rustig zit is op zich opmerkelijk, want heel rustig is Sanne zelden. Als ze binnenkomt loopt ze meestal nog rond, onrustig, druk, soms geagiteerd. Vandaag is alles anders zo lijkt het. Ze gaat rustig zitten en begint als het half uurtje zelfstandig werken als inloop begint, gewoon aan haar werk.
Als de kinderen zo'n tien minuten bezig zijn en de leerkracht door die oase van rust loop, begint hij zich te verbazen. Het is echt helemáál stil. Dat gebeurt zelden sinds Sanne in de groep zit. Sanne is een kind met hechtingsproblemen. Haar gedrag lijkt een kruising tussen ODD, ADHD en ASS. Ze is "vrij duidelijk" aanwezig zeg maar.
Maar niet vandaag. Ze werkt, lijkt geconcentreerd (iets wat haar normaal gesproken heel veel moeite kost en eigenlijk ook nooit echt lukt) en maakt geen stampij. op eieren loopt hij verder, zich ondertussen afvragend wat hij hiermee moet doen. Laat hij het lekker zo en geniet hiervan? Of gaat hij naar Sanne toe en maakt haar een compliment? Dat laatste brengt absoluut het risico met zich mee dat het daarna meteen over is met het werk. Na enig aarzelen besluit hij toch tot het laatste. Hij loopt zachtjes naar Sanne toe en vertelt dat hij het supergoed vindt dat ze zo lekker bezig is. "Als je dat dit half uurtje volhoudt, mag je zomenteen wel even op de pc." Hij weet dat hij haar geen groter plezier kan doen dan met computertijd.
Er zijn een aantal redenen waarom de leerkracht toch naar Sanne ging. een kind met hechtingsproblemen heeft vrijwel voortdurend het gevoel dat het waardeloos is. Het gedrag is vaak grensoverschrijdend en echt contact maken met de leerkracht kost zo'n kind heel veel moeite. Als het al zover komt.
Door haar gedrag zijn er vaak veel negatieve interacties op een dag: conflicten met andere kinderen, terechtwijzingen van de leerkracht, kortom Sanne hoort en merkt vaak dat ze het weer niet goed doet. De leerkracht kiest er daarom voor haar tóch een compliment te gaan geven (met het risico dat het werken meteen over is). Hij laat Sanne merken dat hij haar ziet, dat hij ziet dat ze iets goeds doet. zijn boodschap is duidelijk "Jij mag er zijn."
Voor elk kind belangrijk, maar voor een kind met hechtingsproblemen nog veel belangrijker, omdat die in hun diepste wezen zich niet gewenst voelen. Tegelijkertijd zorgt hun gedrag ervoor dat complimenten geven lastig is. Daarom moet je elke gelegenheid aangrijpen om te laten merken dat het kind oké is, er toe doet, er mag zijn of hoe je het wilt omschrijven. Of zoals dr. Thoomes-Vreugdenhil omschreef: een sensitieve houding moet de basishouding van elke leerkracht zijn tegenover kinderen met hechtingsproblemen.